Tomaten plukken, hoe moeilijk kan het zijn?

Ik kom erachter dat mensen zonder opleiding kunnen werken bij destilleerderij Herman Jansen. Van sommigen die er werken weet ik dat ze nog slechter lezen en schrijven dan ik.

Er zijn er zelfs die met hun moeder solliciteren, maar ik kan dat zelfstandig dus het moet voor mij toch kaassie zijn om daar binnen te komen. Ik gooi een paar visjes uit en vraag of ze nog mensen nodig hebben.

“Nou de werkdruk is groot bij ons, je zult best kunnen solliciteren.”

Na een leuk gesprek zegt die kerel dat ik een formulier moet invullen. Er staan een paar vragen op het formulier die ik niet goed begrijp, omdat er moeilijke woorden in staan. Ik gebruik mijn oude tactiek en zeg: “Mijn naam en adres vul ik in, maar die vragen daarna vind ik raar.”

Hij begint keihard te lachen en zegt: “Maar dan kunnen we je ook niet gebruiken, je moet hier wel kunnen lezen en schrijven!”

“Meer dan de helft die bij je werkt ken ik en die kunnen dat ook niet. Zij hebben me aangeraden om hier te solliciteren!” zeg ik boos.

“Nou, ik denk niet dat je hier past, kom maar een keer terug als je het wel kan. De groeten.”

Ik voel me helemaal in elkaar krimpen. Met mijn kop gebogen loop ik naar buiten. Hij geeft me niet eens een kans. Als dat overal zo gaat…Maar ik wil ik niet opgeven, het is nog vroeg en Schiedam zit vol stokerijen, ik ga gewoon verder.

Overal word ik met een glimlach uitgedonderd. Bij de laatste gaat het ook zo. Ik zeg: “Ik vul mijn naam en adres in, maar de rest snap ik niet.”

Weer word ik uitgelachen. Ik kan die vent wel voor zijn smoel slaan, wat ben ik link! Ik zeg: “Dat moet je niet te vaak doen, mensen uitlachen, dat kan wel eens verkeerd uitpakken. Ik kan dan wel niet schrijven, maar ik kan knokken als de beste.”

“Je moet wel werkorders kunnen lezen.”

“Dat kan ik toch leren?”

“Als je het nou nog niet kan, dan heb ik niks aan je.” Hij blijft maar lachen. “Bovendien, die zakken wegen tachtig kilo en dat weeg jij nog niet eens. Die kun je toch nooit dragen.”

“Nou jij weegt zeker meer dan tachtig kilo, maar je ligt zo tussen die zakken daar!”

Hij stopt gelijk met lachen. “Als je zo opvliegend bent, hebben we je helemaal niet nodig.”

“Nou ik ga, ik wil hier nog niet eens werken.”

Ik ga nooit meer een drankhandel in om te vragen om werk.

“Koos!” hoor ik een paar dagen later door de straat galmen. André komt lachend naar me toe en vraagt hoe het gaat. “Heb je al werk?”

“Nee, en jij?”

“Ik werk in het Westland. Tomaten plukken, misschien wat voor jou? Je verdient er niet echt veel mee, maar het is beter dan helemaal niets.”

Ik mag bij André achterop de brommer.

Midden in de kas staat een klein mannetje met een bril en een verrekijker op zijn neus. Het werkt op mijn lachspieren. Hij komt naar ons toe: “Heb jij wel eens eerder in een kas gewerkt?”

Dan begint hij uit te leggen welke tomaten ik wel een niet mag plukken. Verbaasd kijk ik naar de tomaten en dan weer naar dat mannetje dat me zeker in de maling probeert te nemen. Tomaten met een rode gloed heeft hij het over. En plukt een groene tomaat. Ik wil een tomaat plukken die een echte rode gloed heeft.

“Nee, die plukken we niet. Ze zijn overrijp. Die halen de winkel niet, dan zijn ze al verrot.”

Ik vind het nu toch echt steeds minder leuk worden en krijg zin om zijn verrekijker van zijn hoofd te trekken. Groen is fout en rood is goed, maar te rood is ook weer niet goed.

Nu moet ik plukken en ik grijp naar een tomaat die volgens mij hetzelfde is als die hij geplukt heeft. Die mag ik niet plukken. Zo gaat het twee keer achter elkaar. Ik begin te twijfelen. Het liefst loop ik weg, maar dan sta ik zeker voor gek. Ik probeer het nog een keer om een tomaat te plukken. Weer roept hij dat ik moet stoppen. “Ik denk dat ik al weet wat er met je aan de hand is, jij bent kleurenblind.”

“Hoe kom je daar nou bij? Ik zie gewoon kleuren hoor,” roep ik.

“Ik weet het zeker. Jij bent kleurenblind. Dikke pech, je kan hier niet werken.”

André heeft intussen zijn werk neergelegd en is erbij komen staan. “Je heb toch zeker wel werk voor hem, inpakken of zo?”

“Nee, daar heb ik al genoeg mensen voor.”

“Dan ga ik ook weg, ik laat mijn vriend niet stikken,” brult André.

André is woest, ik schaam me dood en wil zo snel mogelijk weg. Als hij zijn geld heeft gekregen, stappen we op de brommer en rijden weg. Als ik thuiskom vertel ik ma wat er is gebeurd. Ze heeft meteen een afspraak met de huisarts gemaakt. Ik ben inderdaad kleurenblind. Waarom ook eigenlijk niet? Dit kan er ook nog wel bij.

Deel deze pagina

5 gedachtes over “Tomaten plukken, hoe moeilijk kan het zijn?”

  1. Dit is mooi om in een kast te werken. Ik doe dit al 30 jaar, maar bij mij komen kleuren niet van pas. Maar het is wel weer iets wat je niet kan. En daar baal je wel van. Maar ik zie wel: na alle tegenslagen is het wel goed met je gekomen.

  2. Hallo Koos,

    Afgelopen donderdag vertelde je me over je website. Ik heb even een kijkje genomen.

    Een geweldig initiatief heb je hier genomen! Het tomatenverhaal komt me erg bekend voor. Vanaf mijn veertiende tot mijn 21e heb ik een paprikakwekerij gewerkt en daarvoor was ik altijd al in de kas te vinden. Die westlanders (waartoe ik ook behoor) en tuinders zijn een slag apart! = )

    Groeten en nog vele letters,

    David (fysio)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.