De donkerste hoek

Mijn wereld is blauw. Als ik mijn hoofd naar links of naar rechts draai: het is blauw. Dat blauw een kleur is en dat die zo heet, weet ik nog niet. Soms ben ik er even, om daarna toch weer in slaap te vallen.

Ik ben snel moe en val vaak in slaap. Als ik probeer wakker te blijven, lijkt het of ik nog veel sneller in slaap val. Ik besluit om dat maar niet meer te doen en ik wacht tot ik niet meer moe ben. Elke dag komen er wel mensen naar me kijken. Van sommigen moet ik huilen, omdat ze gevoelens bij me opwekken die ik niet ken. Ik vind ze eng. Bij andere moet ik lachen; ze maken me blij. Waarom dat zo is weet ik nog niet. Eindelijk lukt het me steeds langer wakker te blijven.

Ik kijk dan naar boven waar een koordje met een ringetje hangt. Als je daaraan trekt komen er mooie geluiden uit. Het maakt me blij. Soms word ik wakker en voel ik me alleen. Roepen om haar kan ik nog niet, dan barst ik in tranen uit van verdriet. Soms doet ze er zo lang over dat ik er boos om word. Als ze dan eindelijk geweest is, val ik toch weer in slaap.

Op een dag ontdek ik dat ik met mijn ogen dicht overal kan komen. Ik doe mijn ogen dicht en maak mezelf vloeibaar. Zo kruip ik mijn bedje uit over de vloer, zó de straat over. Er staat iemand. Dat voelt niet fijn, dus ga ik om hem heen. Dan zie ik een groot wezen staan, in zijn hoofd is het donker. Zijn hand gaat omhoog en daarna een vaart naar beneden. Tot mijn schrik voel ik daar een klein wezen. Het is zijn zoon die hij slaat. Ik voel de jongen en zijn pijn. Zo snel als ik kan ga ik weer terug naar mijn bed. Ik wil dit nooit meer voelen. Ik moet huilen en snel komt mijn moeder. Ze pakt me op en zegt: “Heb je zo slecht gedroomd mijn jongen? Ach wat een verdriet.”

Veilig in haar armen val ik in slaap met één ding in mijn achterhoofd: ik ga nooit meer zomaar de straat op. Wat is dat zwart en koud en vooral hard. Mijn hart gaat uit naar die jongen. Wat hij voelde zich alleen en in de steek gelaten. Nu wil ik het graag vergeten, snel draai ik mezelf om en kijk naar de mooiste kleur die ik kan zien: blauw.

Ik word ouder en kan steeds langer wakker blijven. Ook word ik sterker. Dan komt er een verhuizing naar een donkere zolder. Als het licht uitgaat, voel ik me verloren. Ik zie alleen maar zwart. Gelukkig heb ik mijn beer.

Als ik mijn beer kwijtraak voel ik me alleen en in de steek gelaten. Het begin van eenzaamheid en verdriet. Ik tast mijn omgeving af. Ik zie niets en toch voel ik vreemde wezens.  Na een paar donkere nachten leer ik ze kennen en raken ze vertrouwd. Totdat er een heel grote komt, hij is zo koud en gemeen. Hij wil me kwaad doen, voel ik. Ik roep om hulp. Gelukkig komen de anderen me helpen.

Ik val weer in slaap in de donkerste hoek die er is. Tot de ochtend komt. Dan komt het licht. Het mooiste licht, dat me verwarmt en wakker maakt: de zon. Soms is het niet prettig, omdat ik dan wakker word uit een mooie droom. Maar als ik naar bed moet in de hoek is het altijd donkerzwart met daarna een scherpe witte streep van het licht. In deze hoek voel ik vreemde dingen; de mensen noemen het spoken. Ik vind ze doodeng, maar toch begin ik langzaam aan ze te wennen. Nu daar ben ik dan met al mijn angsten. Toch is dit nu mijn thuis.

Slapen doe ik nu heel graag, omdat ik dan droom over de mooiste dingen. Ik droom over geluk, wat ik nog niet echt ken. Jammer genoeg komt ook die grote gemene reus in mijn dromen om me te grazen te nemen. Dan word ik wakker en vlucht zo snel mogelijk naar benden. Tot ik toch daar weer moet gaan slapen.

Ik leer bidden en hoor verhalen over God. Daar wil ik graag in geloven. Mijn geloof wordt mijn handvat om overeind te blijven.

Buiten ben ik graag, op straat in de zon of in de sneeuw. Ik vind het heerlijk als een sneeuwvlok mijn gezicht streelt: het gevoel van de kou. Het liefst wil ik in mijn bed blijven liggen en voor altijd blijven slapen. Maar ik word elke keer weer wakker gemaakt om naar school te gaan. Daar vinden ze me asociaal, omdat ik vaak kapotte kleren draag en loop met gaten in mijn schoenen. Dan vlucht ik weg in mijn gedachten waar niemand bij kan. Op school eten en drinken de andere kinderen, terwijl ik dat niet vaak heb. Ik ben gedwongen om toe te kijken. Ik schaam me bovendien voor mijn kleren.

Steeds vaker word ik badend in het zweet wakker. Ik droom weer dezelfde droom en doe mijn best om hem niet uit te laten komen. Vaak doe ik mijn moeder onrecht aan in mijn dromen dat maakt me erg verdrietig. Ik weet het verschil niet meer tussen waken en slapen. Ik zoek wanhopig naar een oplossing om te weten of ik wakker ben of niet. Dan droom ik telkens weer dat ik het niet mag vergeten dat ik droom, om het dan toch te vergeten. Veel dromen komen uit. Ik ben in de war het enige wat ik nog wil is slapen en mijn eigen hoekje van de zolder, ook al ben ik er nog zo bang en alleen.

Overdag, als ik buiten ben, of op school, kan ik in mijn gedachten naar mijn hoekje, om dan in het niets op te lossen. Wanneer ik dan weer terug kom, weet ik niet waar ik ben geweest. Ik moet wel een weg terug vinden en uitzoeken of ik slaap of wakker ben. Ik moet weten of het een droom is en of hij ook uit kan komen. Ik zoek zelfs in mijn dromen naar een oplossing. Als ik mezelf knijp, zeg ik au en droom gewoon verder. Totdat op een nacht ik naar beneden ga om wat water te drinken. Het is in de winter. De vloer is van graniet. Het is zo koud dat je blote voeten blijven plakken, het doet ook zeer. In een droom komt die koude vloer ineens in me op, maar het is nog niet sterk genoeg. Dan krijg ik een geweldig idee, om mijn wang tegen de vloer te houden. Ik doe het in het echt. De schok van de kou is zo intens, dat kan je niet dromen. Zo leer ik te ontdekken of ik wakker ben of niet.

Op een dag word ik betrapt wanneer ik mijn wang op de keukenvloer druk door mijn moeder die gelijk als een vrachtauto over mijn hart heendendert en zegt: “Wat ben jij voor achterlijks aan het doen?” 

“Aan het luisteren of ik wat  kan horen.” Ik verkies maar te liegen en ga zo snel mogelijk weg met een gevoel van eenzaamheid en schaamte.

“Het is net zijn vader en hij wordt ook zo”, mompelt ze.

Ja ik weet het al, het komt door mijn naam. Koos, net als die van mijn vader. Hij zegt altijd weer tegen mij: “Jij bent niet als ik, ook al heet je Koos. Ik had je nooit zo moeten noemen. Jij bent stom geboren en heb nooit wat bij geleerd en dat zal ook nooit gebeuren.”

Wat heb ik een hekel aan die naam en aan die vent. Ik vraag me af of het zo elke dag van mijn leven moet gaan. Ik leer spijbelen en blijf steeds vaker op bed liggen. Al krijg ik het er benauwd van, hier is het veilig. En als dat enge me pakt, ben ik overal vanaf. 

Op een dag word ik gelukkig wakker. Nog nooit heb ik dit gevoeld. Dit wil ik niet verliezen: de zon schijnt en overal waar ik maar kijk is het mooi, zo mooi heb ik het nog nooit gezien. Ik ga naar beneden en niemand is thuis. Voor het eerst ben ik niet bang meer, want het licht schijnt in mij. Dit wil ik niet verliezen! Hoe kan ik dit voor altijd houden? Misschien als ik voor altijd ga slapen. Als ik dood ben, slaap ik voor altijd. Ga ik op in mijn dromen. Maar al gauw heb ik spijt. 

Ik droom en filosofeer over het leven en het nut daarvan. Het liefst zou ik iedereen willen vertellen wat ik voel, maar dat begrijpen ze toch niet. Later als ik groot ben moet ik er misschien eens over gaan vertellen. Dan weet ik misschien wel hoe ik dat moet doen. Op school gaat het steeds slechter. Ik heb de grootste moeite met lezen, schrijven, rekenen en vooral luisteren. Als ik om uitleg vraag, zie ik vaak de mond van de juffrouw bewegen, maar er komt geen geluid uit. Het enige wat ik kan doen is het opnieuw te vragen. Weer zie ik haar mond bewegen en weer komt er geen geluid uit. In mezelf raak ik in paniek. Ik kan niet leren, zegt de juffrouw en moet maar achterin de klas gaan zitten bij het fonteintje. In een donkere hoek waar niemand wil zitten. Als snel voel ik me er thuis, omdat ik graag in een hoek zit. Daar ben ik veilig net als in bed.

Mijn vader steelt van mijn moeder. Als hij dronken is maakt hij het meubilair met de grond gelijk en moeten we op sinaasappelkisten zitten. Iedereen zegt dat ik precies word als hij. Ik doe alles verkeerd. Lijk ik echt op hem? Ze vinden me dom, ook al omdat ik niet kan leren. Mijn vader kan volgens mijn moeder ook niet schrijven. Ik maak precies de zelfde fouten als hij. Ik besluit dat ik over al schijt aan heb!

Dan word ook nog eens mijn vrijheid  afgenomen en kom ik in een kolonie terecht. Gelukkig heb ik het daar naar mijn zin, we krijgen goed te eten en geen enkele dag heb ik er honger. Alleen die vieze gekookte melk die koud is geworden en waar een dik vel op drijft, het is niet te drinken. Net als de Franse pap. Het ziet eruit als huidschilfers en het smaakt wrang. De stroop die erin zit moet het goed maken. Toch leer ik het eten.

Maar de macaroni is zo lekker dat ik niet kan stoppen met eten en met pijn in mijn buik naar bed ga.

Uiteindelijk kom ik in een internaat, waar de eenzaamheid er goed inslaat. Ik voel me verstoten en in de steek gelaten. Mijn vader, die ik niet echt mag omdat hij altijd stomdronken is, laat zich ineens van een goede kant zien en komt met mijn broer Henk op visite. Nog nooit ben ik zo blij geweest om hem te zien. Dat hij het toch voor me over heeft om het hele eind naar Hollandse Rading te komen. Zelfs mijn moeder komt langs met Mies, die nu samen met mijn moeder woont. Het is niet mijn vader, maar hij zorgt zo goed voor me dat ik van hem ben gaan houden. Nu begin ik te geloven dat ze toch om me geven. Wat heb ik daar lang op moeten wachten.

Van alles wat ik verkeerd heb gedaan heb ik elke avond spijt en huil mezelf stiekem in slaap. Tot dat ik betrapt woord door juffrouw Anneke de groepsleidster. Ze neemt me in haar armen mee naar de woonkamer, waar ik voor het eerst praat over mijn gevoel. Niet te veel, omdat ik weet dat ze dat niet begrijpt.

Mijn vader is en blijft een alcoholist en hij heeft een vriendin die het ook is, Nel. Toch krijg ik een speciale band met haar. Maar mijn vader moet me nog steeds niet.  Hij vindt dat ik niet op hem lijk, Henk is zijn lieveling. Soms laat hij me voor de deur staan en laat hij me er niet in. Steeds neem ik meer afstand van hem. Mijn moeder zegt dan na een tijd: “Ben je al bij je vader geweest?”

“Nee daar kom ik niet meer.”

Toch ga ik dan maar weer eens langs. Hij komt  net zijn bed uit en zegt: “Dat je toch nog langs komt!”

“Dat komt door ma, die heeft me gestuurd.”

“Leuk dat ik je toch zie, ik ga zo naar mijn moeder. Heb je zin om mee te gaan? Kunnen we een partijtje biljarten.”

Ik ga graag met hem mee, tot hij weer dronken is en me niet binnenlaat.

Soms denk ik wel eens aan mijn naam Koos, wat heeft die naam het me moeilijk gemaakt. Nu ben ik gelukkig op weg als oude man naar een steeds vernieuwend leven, nooit heb ik durven dromen dat dit allemaal kon gebeuren. Er is nog wel een probleem dat ik moet overwinnen. Mijn dromen en mijn afwezigheid heb ik nog steeds. Het maakt me heel onzeker, omdat ik het aan de gezichtsuitdrukking van de ander zie: “Waar zit je met je gedachten?”

Ik weet het niet, maar ook durf ik het niet te zeggen, omdat ik bang ben dat ze het niet snappen. Ik snap er zelfs al niets van, dus laat staan een ander. Soms durf ik te zeggen: “Het spijt me, ik was mezelf even kwijt.”

Misschien dat ze dan begrijpen dat het niet aan hen ligt en dat ze niet saai zijn, maar dat ik er niets aan kan doen, hoe ik mijn best ook doe. Ik bid elke dag, dat het eens echt helemaal voorbij is en ik de aandacht aan de mensen kan geven die ze verdienen. Als er niemand bij is, ben ik soms zo diep in gedachten dat ik niet weet of ik droom of leef. Dat is nu nog mijn grootste struikelblok.

Nu ben ik gelukkig op weg als oude man naar een steeds vernieuwend leven, nooit heb ik durven dromen dat dit allemaal kon gebeuren. In mijn donkere hoek is nu vaak volop licht en daar geniet ik van.

Een gedachte over “De donkerste hoek”

  1. Wat een intense beschrijving van je leven Koos, ik kan alleen maar dankjewel zeggen….
    Ik weet, niet begrepen worden is zo heftig. Ik hoop dat je zover komt dat je een manier vindt om dat nog meer wél te kunnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.