Waar ben ik?

Ik was razend enthousiast op mijn zoektocht naar verlichting door meditatie. Dat was ook mijn valkuil. Ik kwam mezelf tegen, wat mooi was, maar het deed ook zeer. Het heeft lang geduurd voor ik het weer oppakte. Meer dan twee jaar heb ik er over gedaan. Meditatie heeft me geholpen met slapen, maar het is ook zeer confronterend, je kan er flink mee op je smoel vallen. Je krijgt bijzondere ervaringen. Het is net of je naar een fantasiefilm zit te kijken, alleen zit je zelf erin. Soms kom je iets tegen wat je minder leuk vindt. Zoals het feit dat ik een behoorlijk ego heb, dat zag ik even niet aankomen. Gelukkig heb ik de veerkracht om het weer op te pakken.

Op een avond zitten mijn goede maat Jan en ik na het stappen bij mij thuis en vertel ik over mediteren en dromen. Hij vertelt dat hij nog nooit gedroomd heeft en vraagt: “Wat droom je dan?”

“Dat kan van alles zijn. Er zitten geen grenzen aan dromen. Je verwerkt daar je dagelijkse ervaringen, wat je goed doet, maar ook als je een schuldgevoel hebt of als je ergens naar verlangt.”  

Ik vertel dat ik mijn dromen kan sturen, en daardoor droom over snoepen, vliegen en zwemmen als een vis in het water.  Ik raak op dreef en vertel ook dat ik al jaren mediteer. Jan is geïnteresseerd, dus ik ga door: “In het begin vond ik het nogal zweverig, maar dat moest ik al snel bijstellen.”

Ik ben begonnen bij mijn zwager Bram, hij gaf me wat boeken mee over de levenswijze van monniken. Dat was een hele opgave, omdat ik nog moeite had met lezen en schrijven. Gelukkig had Bram het geduld om het me uit te leggen. Totdat hij het tijd vond om me door te sturen naar Han.

Han weet veel over meditatietechnieken en zijn voorkeur gaat uit naar zen. Zen betekent ‘nu ontwaken’. Niet gister of morgen, en zelfs niet vandaag, maar nu.

Han gaf me opdrachten mee. De eerste was: hoe versla je je vijand?

Ik had geen idee. Ik vond mezelf erg  dom, maar ik moest het na dagen van ergernis opgeven. Het antwoord kwam pas toen ik een week later bij Han op de bank zat. Toen hij me weer vroeg ‘Hoe versla je je vijand?’ kwamen er allemaal oorlogen en vechtpartijen voor mijn ogen langs. Er bleef één beeld over, van twee mensen die elkaar de hand schudden.

“Door hem tot vriend te maken,” antwoordde ik.

Hij begon te lachen: “Hoe ben je daar achter gekomen?”

Ik vertelde hem hoe groot mijn worsteling de afgelopen week was geweest en dat ik het nu pas zag, op het laatste moment.

“Koos, vertel me eens over je dromen,” zegt Jan.

“Oké dan. Maar dit is meer dan gewoon een droom.

Ik heb het gevoel dat ik wakker ben, of toch ook niet. Ik probeer om me heen te kijken waar ik ben.

Maar er is niets te zien, alles is pikkedonker. Ik houd mijn handen voor mijn gezicht en probeer ze te zien, totdat ik mijn neus voel. Niets! Ik raak in paniek , maar door op mijn ademhaling te letten neemt de angst langzaam af. Dan raak ik in trance. Wanneer ik langzaam mijn ogen weer open doe, zie ik licht. Langzaam verschijnen bomen, gras en een oude vrouw in kleermakerszit die naar me kijkt. Ze glimlacht, terwijl ik haar in alle rust observeer. Het lijkt wel of ze steeds jonger wordt. Mijn angst is nu helemaal verdwenen. Ze heeft een Indonesisch uiterlijk en spreekt een vreemde taal. Wanneer ik me concentreer kan ik haar verstaan:  ’Hoe gaat het met je?’

Stomverbaasd kijk ik haar aan. ’Waar ben ik?’

’Je bent in Indonesië. Ze noemen me Aura, en wat is jouw naam?’

‘Koos, maar hoe ben ik hier terechtgekomen?’

‘Je bent hier met je astrale lichaam.’”

Jan onderbreekt me: “Wat is je astrale lichaam?”

“Zeg maar je een geestelijke lichaam.”

Ik ga verder met mijn verhaal.

“‘Ik begrijp het niet,’ zeg ik, ‘droom ik? Toch voelt het anders dan dromen.’

Met een liefdevolle blik kijkt ze me aan.

Dan neemt ineens angst het van me over, ik heb een enorme drang om wakker te worden. Ik herken dat gevoel. Het is niet dat ik tegenover haar zit, maar er is iets dat ik niet helemaal kan plaatsen. Dit heb ik eerder mee gemaakt in een andere vorm. Ik vind het erg spannend worden en vraag: ‘Hoe kan ik nu wakker worden?’

‘Denk maar aan je lichaam en je zult merken dat je er zo weer compleet ben. Je hoeft niet bang te zijn, ik ben er om alles in de gaten te houden.’

Maar mijn gevoel zegt me dat ik haar daar nog niet goed genoeg voor ken. Het verlangen naar mijn lichaam wordt steeds groter. Met een kleine schok ben ik weer in mijn slaapkamer. Blij dat ik weer wakker ben, maar ook opgetogen door wat er gebeurd is.

Nu blijven oefenen met mijn meditaties, kijken of ik weer terug kan komen. Na een paar dagen gebeurt hetzelfde. Ik zit weer voor Aura met haar vriendelijke glimlach, het licht lijkt wel van haar af te stralen. Ze begroet me en geeft me een compliment, omdat het me gelukt is er weer te zijn. Ik begin haar te vertrouwen en vraag haar het hemd van het lijf, omdat ik alles wil weten van wat er nog meer mogelijk is. Het liefst wil ik dat ze me zo snel mogelijk alles leert om mijn weg te vinden. Maar ze zegt dat ik het zelf moet uitzoeken: ‘Probeer maar eens om ergens naartoe te gaan in je astrale lichaam.’

Het eerste wat er in me opkomt is het park bij mij in de buurt. Maar er gebeurt niets. Ik vraag Aura om uitleg, maar krijg niets dan haar stralende glimlach.  

Na een aantal dagen ben ik aan het mediteren en val in slaap. Dat overkomt me vaker. Maar dit keer word ik wakker en draai mezelf om en tot mijn verbazing zie ik mezelf liggen in een diepe slaap. Het besef van geestelijk lichaam begint nu tot me door te dringen. Het overvalt me, ik voel angst en paniek en vraag me af hoe ik weer in mijn lichaam kom, maar ik ben tegelijk zo nieuwsgierig dat ik haast vanzelf op onderzoek uitga. Alles ziet er precies hetzelfde uit als wanneer ik wakker ben. Ben ik nu met mijn astrale lichaam aan de wandel?

‘Geen paniek, niet wakker worden, anders is het voorbij,’ spreek ik mezelf sussend toe, ‘Eerst onderzoeken wat er is en wat er kan gebeuren.’

Hoe zou het er buiten uitzien? Nu voel ik mijn hart kloppen, dus ik ga even zitten en spreek mezelf moed in om tot rust te komen. Toch nog even omkijken of alles nog goed is met mijn slapende zelf. Ik hoor hard gesnurk en zie mezelf liggen op mijn rug met mijn hoofd naar links gedraaid.

Dan ga ik naar buiten. Het is in de middag, want de zon schijnt volop. Ik voel zelfs een windje, maar het voelt anders aan dan gewone wind. De wind streelt me, maar mijn gezicht voelt een beetje verdoofd. Ik probeer het vreemde gevoel op te lossen, maar dat lukt me niet. Bang om wakker te worden stop ik ermee.

Ik zie mensen lopen, ook een dame uit de buurt die ik ken. Ik groet haar, maar ze loopt gewoon door zonder iets te zeggen. Verrast kijk ik haar na, maar dan bedenk ik me dat ik boven lig te slapen. Ik ben dus niet te zien, snap ik. Zo loop ik over de straten naar het centrum van Schiedam en niemand kan me zien. Misschien zitten er wel voordelen aan het onzichtbaar zijn, het schept mogelijkheden. Ik kan makkelijk op onderzoek uitgaan, ook waar ik niet mag of kan komen. Kijken of iemand over me roddelt.

Dan loopt een jongetje met zijn moeder langs me, hij kijkt me midden in mijn gezicht en lacht vriendelijk: ‘Dag meneer!’

Hij loopt gewoon verder. Met open mond kijk ik ze na en hoor zijn moeder nog net vragen: ‘Tegen wie zeg jij gedag?’

‘O, tegen een meneer.’

Hij heeft me dus gezien, hoe is het mogelijk? Dat maakt me onzeker. Kan ik dan nog wel op onderzoek uitgaan zonder gezien te worden? Ik besluit op zo snel mogelijk terug te gaan naar huis, zó kwetsbaar voel ik me ineens. Was ik maar vast thuis! Dan knijp ik mijn ogen dicht en met een schok schrik ik wakker in mijn bed met een stijve nek van het verkeerd liggen met een natte plek van het kwijlen op mijn kussen. Eerst even bijkomen. Ik ga na wat er gebeurd is en waarom dat jongetje me kon zien. Is het toch een droom geweest? Nee, ik herken duidelijk het gevoel dat ik echt uit mijn lichaam ben geweest. Ik heb mezelf gezien en ik was op stap in mijn astrale lichaam. Ik wil er per se achter komen hoe hij me heeft kunnen zien. Ik wil nog een keer, maar zal het wel lukken en is het niet gevaarlijk? Stel je voor dat ik de weg niet meer terug naar mijn lichaam kan vinden. Kan ik verdwalen en wie kom ik dan tegen? Mijn fantasie slaat op hol en alle slechte griezelfilms gaan door mijn hoofd.

Ik denk dat ik toch maar even een paar dagen gewoon ga slapen.

Deel deze pagina

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.