Voor het eerst volwassenonderwijs

Als ik negentien word, ga ik op aandringen van mijn moeder toch nog eens proberen goed Nederlands te leren schrijven. Ik krijg les van Ria. Ik denk nog: ik kan toch aardig leren en ik ga langzaam vooruit. Maar er zit een analfabeet in de klas die jaloerse opmerkingen maakt: “Als ik zo goed kon schrijven als jij, had ik hier helemaal niet hoeven komen!”

Ria stelt voor om naar de moedermavo te gaan, maar die is alleen ‘s avonds met wel vijfentwintig mensen in één klas. Ik vind het heel eng, maar Ria zegt dat ik het makkelijk aankan. Om te wennen aan de avondmavo ga ik daarom eerst overdag, We beginnen met een nieuwe klas met allemaal hetzelfde niveau, maar ik heb een streepje voor omdat ik al geoefend heb.

volwassenonderwijs

Na een tijdje les overdag in rekenen en Nederlands geeft ze me een blaadje. Van een paar sommen zegt ze dat ik die niet hoef te doen. “Die zijn te moeilijk.”

Eenmaal aan het werk draai ik ongemerkt het blaadje om en ga gewoon verder. Als ze weer voor me staat schrik ik, want ik ben zo geconcentreerd bezig dat ik haar niet binnen had horen komen. Dan pas zie ik dat ik al die moeilijke sommen heb zitten maken.

“Nou, ik kijk wel even,” zegt ze. Na een minuut of twee zegt ze verbaasd: “Op het makkelijke kantje heb je vier fouten gemaakt en het andere kantje is foutloos. Dat kan helemaal niet, want het is je nooit uitgelegd.”

Ik ben wel trots, maar ook teleurgesteld omdat ik niet meer weet hoe ik het gedaan heb. Toch stuurt ze me door naar de avondklas.

Moet je nou bij ‘t kofschip een d of juist een t schrijven? Ik weet het gewoon niet meer. De anderen beginnen dan ineens over een bijvoeglijk naamwoord. Ze brengen me in de war en dat maakt me bang en onzeker. Eigenlijk wil ik het al opgeven, maar een week later ga ik het toch weer proberen. Ik raap alle moed bij elkaar en kom extra vroeg. Aan de docent leg ik uit wat mijn probleem is: “Waarom is het hier au en daar ou?”

“Denk er niet over na, leer het gewoon uit je hoofd en oefen veel.”

Maar zodra de anderen er weer zijn en alles door elkaar gooien, weet ik het niet meer. Op één avond komen al die vragen ineens in alle hevigheid tegelijk. Ik sla op tilt en weet niet meer wat ik moet doen, niets lukt meer. Verdwaasd kijk ik in de rondte. Ik ben alles kwijt. Ik probeer het nog paar keer, maar het lukt niet.

Omdat ik toch niet wil opgeven, ga ik terug naar Ria. Maar die zegt doodleuk “Ik kan niets meer voor je doen.”

Ze laat me in de gang staan, draait zich om en loopt weg. Huilend loop ik terug naar huis en besluit om nooit meer naar school te gaan.

Een paar weken later heb ik een afspraak op het arbeidsbureau om negen uur. Pas tegen half tien word ik eindelijk naar binnen geroepen. Eenmaal in de bespreekkamer, een soort wc-hokje, is er niemand te zien. Dan komt er een man binnen. Hij begint meteen te schelden: “Ik heb hier helemaal geen zin in, jullie zijn zo eigenwijs, altijd hetzelfde gezeik! Weer opnieuw beginnen, weer hetzelfde type, ja ik bedoel jou, jij bent er ook zo-een!”

“Waar heb ik dit aan verdiend? We hebben elkaar nog nooit ontmoet!”

Voordat ik verder kan praten stapt er een collega binnen die op de herrie is afgekomen. Nu krijgt die een scheldkanonnade over zich heen. Door zo iemand wil ik niet eens geholpen worden. Zijn collega trekt hem de kamer uit naar de gang terwijl hij nog scheldt. Met een klap valt de deur dicht en dan is het doodstil. Het is inmiddels kwart over tien. Ik wacht nog vijf minuten, dan ben ik weg.

De tweede man komt terug en biedt zijn excuus aan voor het gedrag van zijn collega. “Is het goed dat ik het gesprek van hem overneem? Hij heeft het niet goed voor met jongens zoals jij.”

Wat bedoelt hij met ‘jongens zoals jij’? Pas als ik een kwartier later buiten sta snap ik wat er echt aan de hand is. De lul bedoelt mensen die ongeschoold zijn. Hij heeft gelijk! Ik tril over mijn hele lijf. Ik weet best dat ik niet slim ben, maar dat hoeft hij niet te bevestigen. Tegelijk weet ik dat ik er nu echt wat mee moet doen, anders komt het nooit goed met me en wordt het alleen maar erger. Maar ik durf aan niemand hulp te vragen, want dan moet ik opbiechten hoe erg het echt is.

Als ik weer op gesprek moet komen ben ik bang dat ik die scheldende idioot weer tegenkom. Maar als ik niet ga, krijg ik geen geld meer. Eenmaal op het arbeidsbureau krijg ik het tegenovergestelde. Er zit een heel andere man, die me vraagt wat ik wil en hij helpt me aan een baan bij de vuilnis. Ik heb hem beloofd om te vertellen hoe het gaat, dus na een halfjaar ga ik terug.

“Er staat hier dat je je school niet hebt afgemaakt. Wil je daar iets aan doen?”

“Ja, alleen ik heb daar moeite mee.” Ik zeg het toch iets bedekt. Ik kan wel wát, maar eigenlijk kan ik natuurlijk bijna niets. Voorzichtig vraag ik hem waar ik mijn Nederlands kan verbeteren en welke kosten erbij komen kijken. Er is een school voor volwassenen waar ik naartoe kan. Dan vertel ik ook maar meteen dat ik moeite heb om ergens te komen: “Vooral met het openbaar vervoer moet ik altijd alles vragen. Daar heb ik problemen mee. Soms word ik ook verkeerd gestuurd.”

Hij blijft vriendelijk en geduldig: “Het is gratis en verder ga ik het voor je uitzoeken.” Hij noemt de straat en vertelt precies welke tram ik moet nemen, hoeveel haltes en hoe laat ik moet vertrekken om op tijd te komen. “Die school is zo groot, dat kan je niet missen.”

Hij heeft gelijk. Alles wat hij verteld heeft, klopt. Toch weer naar school. Zou het dan nu toch lukken?

Intussen moet ik voor mijn werk bij de reinigingsdienst lid worden van de Giro, want daar krijg ik mijn salaris op gestort. Bij de Bondsspaarbank hoefde ik alleen mijn handtekening te zetten om geld te halen, maar de Giro werkt met cheques.

Bij de sigarenboer moet die waardeloze cheques invullen om mijn huur over te maken. Daar zeg ik gewoon: “Ik neem het mee naar huis, ik kom dadelijk terug. Ik kan dat hier niet zo schrijven dar heb ik een hekel aan, dat wil ik op mijn gemak even bekijken.”

De sigarenboer zegt: “Hoezo, je kunt toch gewoon de getallen opschrijven en je handtekening?”

“En toch wil ik het thuis doen.”

Ik ben niet de enige, er zijn veel meer mensen die precies hetzelfde zeggen, maar het dringt niet tot hem door. Tot mij dringt het niet door dat ik dan dus ook niet de enige ben. Ik ga met de cheque naar mijn moeder.

“En dan mag ik het zeker weer doen,” zucht ma. Met veel moeite leert ze me het bedrag voluit schrijven zoals dat hoort op een giro: honderdvijftig is een lang en moeilijk woord. Waar schrijf je nou een v en waar een f? Bovendien schrijf ik veel te groot, mijn letters passen niet in dat kleine hokje op de cheque.

Ze zegt: “Een klein foutje, dat maakt iedereen.”

Maar dat geloof ik niet, ik denk: u wilt er natuurlijk vanaf, u heeft het druk.

Voor ik het weet ben ik onderweg naar Rotterdam. Na een paar keer vragen sta ik voor de school voor volwassenonderwijs. Niemand kent me daar. Dus als het niet lukt, is het niet erg. Ik ontmoet Gerda en Hanny. Gerda heeft zwart haar en is een knappe vrouw. Ik ben de enige jongen in de klas en de jongste. Tot mijn verbazing val ik goed in de smaak bij de dames, want ik voel me nog steeds niet volwaardig.

Het werk dat ze opgeven is moeilijk. Ik voel nu al de pijn van als het me straks niet goed afgaat. De druk op mijn borst neemt toe en ik stik bijna, maar ik geef me nog niet gewonnen. Hanny kijkt mijn werk na en begin keihard te lachen: “Jij hebt alles andersom gedaan! Wel knap, want je hebt het echt precies andersom gedaan.”

Ik voel me door de grond zakken. Mijn gezicht staat op ontploffen. Zie je wel, ik kan het niet!

“Ik kom zo bij je Koos, dan help ik je wel even,” zegt Hanny.

Maar Gerda ziet wat het met me doet en neemt me apart. “Je hoeft niet zo zenuwachtig te zijn hoor, Koos. Je bent de beste van de klas. Jij kunt het leren en ik wil je er graag bij helpen.”

Dan begin ze me uit te leggen hoe het zit. Langzaam trekt de mist op, moeilijke termen zoals ‘verleden tijd’ en ‘werkwoorden’ snap ik door haar uitleg wel. Om te beginnen moet ik begrijpen wat een werkwoord is. Gerda geeft me een zin op: ‘De man loopt naar huis.’ “Wat denk je dat het werkwoord is?”

“Huis,” zeg ik.

Rustig legt ze me uit wat werkwoorden zijn en wat ze doen. Als ik het begrijp, legt ze ook uit wat een zelfstandig naamwoord is. Het begint me een beetje te dagen. Dan durf ik haar eindelijk aan te kijken. Ze is mooi en lief, ik krijg een warm gevoel van haar. Het is alsof ze het voelt en ze giechelt een beetje. Later hoor ik dat ze is getrouwd. Jammer, maar ik kom hier om te leren.

Ondanks haar rustige uitleg blijf ik mezelf saboteren. Zelfs als ik het snap, mag ik het van mezelf niet snappen. Ik ben immers dom. Die kronkel zit vast in mijn hoofd, hoe aardig ze ook tegen me doen. Steeds als iemand iets uitlegt, ben ik in paniek, waardoor ik niets opneem. Ik laat iets lopen wat ik nodig heb.

Na een paar maanden komt kerst in zicht. Gerda en ik zijn een stuk dichter tot elkaar gekomen. Ze begint over haar man te praten en vertelt dat hij is afgekeurd. Ze heeft er veel moeite mee. Ik wil dit het liefst niet horen: het feit dat ze getrouwd is gooit roet in het eten. Ik ben bang dat ik me niet kan beheersen, tegelijk ben ik ook bang dat ze me toch te dom vindt als ze me echt leert kennen.

Ik had hoop op een beetje, ja wat eigenlijk? Als we elkaar een goede kerstvakantie wensen, moet ik nog even met haar meekomen om wat te pakken. Ze kijkt me aan en komt met haar gezicht dichterbij. Haar ogen fonkelen. Maar op het laatste moment kus ik haar op de wangen, omdat ik aan haar man moet denken. Ook deze kans laat ik weer lopen.

Onderweg naar huis besluit ik om maar niet meer te gaan, voor het uit de hand loopt. Ik leer het toch nooit. Later zegt ma dat Gerda gebeld heeft. Of ik alsjeblieft wil komen praten. Maar ik doe het niet. Dan maar dom.

Wat ik aan Nederlands heb geleerd op het volwassenonderwijs is al snel verdwenen. Waar ik wel mee vooruit ben gegaan is mijn schaamte. En hoe nu verder?

2 gedachten over “Voor het eerst volwassenonderwijs”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.