Rapport

Ma heeft mijn rapport voorgelezen: ik moet me beter concentreren en voor de rest gaat het goed. Henk vraagt of ik met mijn rapport al de familie langs ben geweest. Wel bij opa en oma en tante Cor. Van mijn vaders kant wil de rest niets te maken hebben met ons. Zij vinden ons ook al armoedzaaiers.

“Ben je nog niet bij ma’s familie geweest?”

“Nee ik ken daar de weg nog niet.”

“Heb je zin om met mij mee te gaan?”

We worden warm onthaald. Ik laat mijn rapport zien. Ik krijg een kwartje en de goede raad dat ik me beter moet concentreren. Zo gaan we wel tien tantes langs. We halen samen bijna vijf gulden op. Ik haal voor twee kwartjes snoep, de rest wil ik bewaren om mijn schoolmelk ermee te betalen.

Als het schooljaar voorbij is, krijgt iedereen een eindrapport. Alle kinderen gaan over. Behalve ik. Mijn broer haalt flink wat geld op. Thuis durf ik mijn rapport niet te laten zien. De juf heeft erbij geschreven: “Hij kan het wel, maar hij wil niet.”

Als ma uiteindelijk mijn rapport ziet, wijst ze machteloos naar mijn twee jongere zusjes. De ene nog een baby, de andere in de lastige leeftijd waarop zij haar voortdurend in de gaten moet houden: “Ik heb geen tijd om je te helpen met school.”

Ik ben dus niet belangrijk. De pijn die ik in mijn lichaam voel is zo intens, dat ik er misselijk van word. Uit alle macht slik ik het weg, bal mijn vuisten en bijt op mijn tong. Mij zal je niet zien janken.

Ik haal mijn schouders op en kijk zo onverschillig mogelijk. Nu laat zij me ook barsten. Ik draai me om en loop naar buiten. Op de speelplaats is gelukkig niemand. Na een tijd alleen op de speelplaats besluit ik om nooit meer iets te vragen. Ik ga mijn eigen weg wel in dit leven.

Henk weet me over te halen om toch weer langs de familie te gaan. Nu krijg ik hier een daar een dubbeltje, omdat ik ben blijven zitten. Henk doet het goed. Hij probeer me op te vrolijken dat het wel weer goed komt. Ik doe net alsof het hem lukt.

Onverwacht vraagt mijn oma: “Lukt het je niet, heb je een hekel aan school? Of kan je je niet concentreren?”

“Ja, daar heb ik wel moeite mee.”

“Weet je ook waarom?” vraagt ze.

“Nee.”

“Heb je gevraagd of de juf je wil helpen?”

“Ja, maar er zijn ook nog andere kinderen. De juf had geen tijd meer voor me en toen ben ik achterin de klas gezet.”

Even wrijft ze over haar reumahanden. Ik zie dat ze een oplossing voor me zoekt. Het blijft stil. Dan zegt ze: “Probeer er toch maar het beste van te maken.”

Ze kijkt om zich heen. Zoekt iets anders om over te praten. “Je neef, die haalt heel goede cijfers.”

Ja. Hij wel.

Ze draait zich om en ik ga maar bij opa zitten.

Er is één ding goed aan blijven zitten: ik heb geen last meer van die jongen met die appel. Er zit nu een meisje voor me. Ze is best aardig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.