Petra en het dictee

Ik mag mijn verhaal doen bij een diner van de Rotary. Edith legt uit dat het mensen zijn met bedrijven die geld inzamelen om goede doelen te ondersteunen. Onderweg word ik overvallen door mijn idee over het klassenverschil. Ik heb altijd tegen dit soort mensen opgekeken, ik ben nota bene “eentje van die familie uit de Vriendschapsstraat.”

Ik begin te rillen, maar het is niet koud. Diep ademhalen, spreek ik mezelf toe. Tot mijn verbazing is de voorzitter heel vriendelijk. Misschien moet ik mijn ideeën bijstellen, maar ik houd toch enige achterdocht. Het is nog niet zo druk en het ziet er chic uit, maar ik voel toch een warme uitstraling. Langzaam maar zeker komen er steeds meer mensen naar binnen. De meesten geven mij een hand en stellen zich voor. Het breekt de spanning en mijn beeld moet ik nog verder bijstellen.

Ik vertel dat ik als taalambassadeur al meer dan vijftien jaar door het hele land reis. Toch ben ik telkens verbaasd hoe geletterden over mensen met een taalprobleem denken. Net als de andere ambassadeurs ben ik erg gevoelig en bang om dom gevonden te worden. We worden meestal niet voor vol aangezien. Zo zijn er ook mensen die zeggen: ‘Het moet in jip-en-janneketaal.’

Misschien wel goed bedoeld, maar wij zijn geen kleine kinderen. Dat komt neerbuigend over. Het gaat gewoon om mensen met een taal- en leesachterstand, de meesten hebben een baan in de bouw of ergens anders. Wij hebben vroeger op school al een stempel op ons voorhoofd gekregen. Mensen met een taalachterstand willen nu serieus genomen worden en gelukkig onderschat men het probleem steeds minder. Binnen gemeentes en in de politiek begint men langzaam door te krijgen wat er onder mensen met een taalachterstand leeft.

Die avond leer ik ook Petra kennen, ze is vriendelijk en neemt me serieus. Ze vindt dat ik intelligent ben, ik krijg weer een rode kop. Toch ga ik het steeds meer geloven. Ik vertel dat de school gaat stoppen en ik met een stel anderen voor de zoveelste keer op straat word gezet. Als je kwetsbare mensen keer op keer in de steek laat, haken ze af. Maar ik niet, ik ben nu zo ver gekomen!

Petra en het dictee

“Als je wil,” zegt Petra, “kan ik je wel helpen met je Nederlandse taal.”

Dat sla ik zeker niet af! We worden vrienden en ze stelt me voor aan Anneke van de Lionsclub.

Kort daarop nodigen de Lions me uit om ook daar mijn verhaal te vertellen. Weer een gelegenheid om aan te schuiven bij een heerlijk diner.

Ik vertel Petra en Anneke wat er zich allemaal heeft afgespeeld op school. “Hoe kan ik als ambassadeur nu iemand vertellen om wat aan de taalachterstand te doen als hij of zij nergens terecht kan? En ik word niet serieus genomen.”

Voor ik het weet zitten Petra, Anneke en ik te praten over oplossingen. Ze vragen of ik mijn verhaal ook aan de gemeente heb verteld.

De woorden van de vervanger van de wethouder galmen nog na: “Het verhaal heeft me wakker geschud en mijn ogen geopend. Maar wij gaan met jou niet verder.”

Ze reageren verbaasd en bieden dan spontaan aan: “Wij gaan je helpen!”

Bij de gemeente hebben ze voor me gepleit. Eerst was er nog een eis dat er minimaal vijftien leerlingen moesten zijn, maar ik kon de anderen niet meer bereiken. Een laaggeletterde wordt zo vaak teleurgesteld, dat velen afhaken bij de volgende tegenslag; “Het is dus toch niet voor mij weggelegd.”

Vervolgens kwam de smoes van de wet op de privacy. Met de ambassadeurs zijn we daar al eerder tegenaan gelopen. Laaggeletterden zijn heel moeilijk te bereiken. Ze lezen geen berichten of brieven, ze schamen zich om ervoor uit te komen, ze hebben al zoveel geprobeerd en vertrouwen het niet meer.

We weten dat er veel laaggeletterden een uitkering hebben. Via de sociale dienst zouden we ze bijvoorbeeld graag toespreken en overhalen om weer naar school te komen.

“Nee hoor, geen denken aan. Wet op de privacy.”

Na een paar maanden zijn Anneke en Petra er dan toch eindelijk doorheen en komen ze met het goede nieuws dat ik weer naar school mag. Wat een opluchting is dat, weer terug naar school en verder aan mijn Nederlandse taal werken!

We zijn met zijn drieën overgebleven, maar het is een begin. Meer mensen zetten zich in om laaggeletterden weer naar school te krijgen en om dat op te nemen in het beleid, zodat ze de mensen niet zomaar weer op straat kunnen zetten. Het lukt.

Het geluk lacht me toe, want Petra wordt mijn taalmaatje; ze helpt me met huiswerk en pakt mijn zwakke punten aan, zoals hardop lezen. Het is ongelofelijk hoe snel ik nu vooruitga. Ook Petra is onder de indruk. Zij vertelt me dat ik niet meer laaggeletterd ben, net als Caroline, Edith en al die anderen al een tijd zeggen. Nu begin ik het echt te geloven. In gedachten zie ik hen allemaal zuchten: eindelijk!

Daar ben ik heel blij mee. Ik had nooit durven dromen dat het zo’n verschil zou uitmaken. Wat er nu ook gebeurt, ik kan me zelf goed redden. Maar hopelijk kan ik ook andere mensen helpen met de boodschap: “Geef nooit op.”

De gemeente doet nu eindelijk haar best om het probleem aan te pakken. Er is ook een wethouder Taal gekomen en ze doet het fantastisch. Nu hopen dat iedereen op dezelfde weg doorgaat.

Met de organisatie van het Groot Dictee van Schiedam willen de Lions en de Rotary geld ophalen voor laaggeletterden. Petra vraagt of ik ook naar het stadskantoor wil komen. Een dictee is voor gewone mensen al eng, laat staan voor laaggeletterden. Vooruit, voormalig laaggeletterden. Ik stel me voor dat daar allemaal goed opgeleide mensen gaan zitten schrijven voor mijn neus. Ze doen wat ik zelf zou willen kunnen. Stel je eens voor dat ze van mij verwachten dat ik mee ga zitten schrijven. Ik zeg dat er graag mijn verhaal wil vertellen, maar meedoen wil ik niet – zo goed is mijn Nederlands nog niet. Ze zijn het er niet helemaal mee eens, maar begrijpen het wel.

Wanneer ik naar het podium geroepen word, heb ik het even moeilijk. Ik vertel over laaggeletterdheid en hoe moeilijk het is om ermee voor de dag te komen. Ik vertel hoe ik me schaamde en dat de omgeving je wijsmaakt dat je dom bent. Iedereen klapt omdat ik dan toch naar school ben gegaan en niet heb opgegeven. Ze snappen een klein beetje hoeveel doorzettingsvermogen dat vraagt van een laaggeletterde. Voormalig laaggeletterde.

Tijdens het dictee zit ik aan de kant te kijken terwijl iedereen schrijft. Daar had ik tussen moeten zitten! Wat ben ik een schijtluis! Ik heb zoveel overwonnen, wat maakt het nou uit hoeveel fouten ik maak, het gaat erom dat ik meedoe. Geef jezelf een kans!

Omdat er een groot vertrouwen is gegroeid tussen Anneke, Petra en mij én omdat ik geleerd heb mezelf te uiten, durf ik het te zeggen: “Al vind ik het verschrikkelijk moeilijk, ik wil de volgende keer graag meedoen.”

Edith zegt dan: “En het gekke is dat je het kan. Ik ga steeds meer van je zien. Je werkt er zo hard aan, maar ik vind het erg als je zo hard voor jezelf bent. Dat doet zelfs mij zeer.”

Ze heeft wel gelijk, dat komt omdat ik het zo graag goed wil doen. Intussen maken Anneke en Petra drie categorieën: professionals, amateurs en (voormalig) laaggeletterden. Het derde dictee doe ik mee. Maar omdat er niet genoeg formulieren voor laaggeletterden zijn, doe ik toch mee met de amateurs. Intussen hebben de professionals geklaagd dat het te langzaam ging, dus de man die het dictee voorleest voert het tempo op. Dat kan ik niet bijhouden en meer dan de helft van de groep vindt het ook te snel. Alles wat ik kan onthouden schrijf ik op. Annekes man kijkt mijn dictee na en komt met een brede glimlach naar me toe: “Koos je bent geweldig! Natuurlijk, je hebt hele zinnen weggelaten, maar alles wat je opgeschreven hebt is maar drie fouten meer dan het gemiddelde van de amateurs! Het vreemdste is nog wel dat je de moeilijkste woorden goed hebt geschreven.”

Daar moet ik dan wel weer om lachen.

Met alles wat Anneke en Petra voor me gedaan hebben, bedenk ik dat ik hen voor wil dragen voor de persoonlijkheidsprijs. Ze gaan helaas niet door naar de finale, maar voor mij zijn het kanjers.

Deel deze pagina

4 gedachtes over “Petra en het dictee”

  1. Hallo Koos, wat is het weer mooi om te lezen wat je kan. Ik hoop dat ik ook het lef heb om aan zoiets mee te doen, maar dat komt nog wel als ik wat meer van jou leer. gr Jos

  2. Hi Koos, reuze bedankt voor je prachtige verhaal! Ik ben blij dat ik je een beetje op weg heb kunnen helpen. En via Marijn blijf ik natuurlijk op de hoogte van je inspanningen. Petje af! Hartelijke groet, Petra

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.