Koos gaat solo

Door toneel te spelen heb ik veel meer moed gekregen. Ik weet nog goed hoe we zingend het toneel opkwamen. De mensen vonden het fantastisch. Ik vraag Marijn of ik niet te oud ben om nog te beginnen met zingen.

“Koos, je ben nooit te oud om ergens mee te beginnen.”

Meteen zoekt ze het telefoonnummer van een zangdocent op, zodat ik contact met haar op kan nemen. “Kijk of je zangles kan krijgen van Annelies Prins. Zij is docent en geeft zang- en pianoles.”

Er gaan nog een paar weken van stress en faalangst voorbij. Eindelijk zoek ik contact met Annelies. Met trillende stem vraag ik of ze ook mannen van mijn leeftijd les geeft om te leren zingen.

“Natuurlijk geef ik iedereen les, ik zie niet in waarom niet.”

De donderdag erop krijg ik mijn eerste zangles. Meteen nodigt ze me uit om de dinsdagavond ervoor al langs te komen bij het Koninklijk mannenkoor Orpheus waar zij dirigent van is. Ik neem de uitnodiging aan. Ik kom naast Ton te staan, een flinke man. Het klikt meteen. Eerst gaan we in zingen en ik probeer zo goed mogelijk mee te doen, trillend op mijn benen. In de pauze vraagt Annelie wat ik ervan vind.

“Ik had niet verwacht dat het zo leuk zou zijn. Als ze me goed genoeg vinden ga ik er zeker mee door.” Ik zeg maar niet dat ik nog na sta te trillen.

Mijn gedachte wordt door Ton onderbroken: “Annelies, hij is trouwens een bariton. Hij doet nu al goed mee.”

Na de pauze zingen ze het welkomstlied van Orpheus voor mij.

Het is donderdag, mijn eerste zangles. Nooit geweten dat fietsen zo zwaar kan zijn als je zenuwachtig bent. Het eerste wat Annelies vraagt is hoe ik het mannenkoor vond.

“Geweldig, ik wil zeker lid worden van het koor.”

We beginnen met inzingen. Daar ben ik nog niet zo bedreven in, maar Annelies zegt: “De stem is er, met een paar zanglessen kom je er wel.”

De zanglessen zijn niet echt duur ten opzichte van andere zangdocenten. Maar van Edith en mij vraagt het toch offers.

Met kerstmis treed ik voor het eerst met het koor op voor mensen in een verzorgingshuis. Ik ben erg zenuwachtig, maar als ik sta te zingen verdwijnt het langzaam. Als ik naar het putbliek kijk zie ik de schitteringen in hun ogen en ze kennen alle liederen uit hun hoofd. In één woord prachtig om te zien.

Er gaan een paar maanden voorbij van trainen met zingen in het mannenkoor, de lessen van Annelies en niet te vergeten het commentaar van Edith die het al jaren roept: “Ga zingen, je kan het, je hebt een mooie stem.”

Ik ben gelukkig dat ik die stap heb gezet. Ik zing graag onder de douche, soms voluit. Heerlijk, daar word ik echt blij van. Door het oefenen begin ik er zelfs over te dromen. Steeds vaker. Ook van de dingen die nog aandacht nodig hebben, zoals het ritme en de uitspraak. Dat brengt dan weer wat spanning in mijn dromen en de nodige zweetdruppels. Toch word ik altijd lachend wakker.

Ik probeer wat aan mijn ritme te verbeteren, op YouTube vind ik van alles, zelfs op het simpelste niveau, wat ik wel beschamend vind. Toch hou ik het vol.

Na een paar lessen heb ik verschillende liederen gezongen bij Annelies.  Dan zeg ik haar dat ik de Matthäus Passion mooi vind. Ze pakt een lied, Mache dich mein herze rein. Na een aantal keren begin ik het aardig onder de knie te krijgen. Op een dag vraagt ze: “Zou jij dit stuk van de Matthäus Passion solo willen zingen voor het koor? Wat vind je daarvan?”

Er gaat een schok door me heen. De gedachte dat ik een solo voor het koor ga doen. Er zijn mannen bij die al meer dan veertig jaar zingen. Heeft ze zoveel vertrouwen in me dat ik dit nu al zou kunnen?

“Ik wil het wel proberen, maar toch nog even oefenen op de andere liederen.”

Na een paar keer vraagt ze: “Heb je de Matthäus Passion in je map zitten?”

“Nee nog niet, maar ik maak wel een kopie ervan, dan doe ik hem er bij.”

Ze glimlacht.

Een week later vraagt ze er weer naar en dan zit het in mijn map.

“Wil je het vanavond zingen?”    

Ja, het moet er toch een keertje van komen.

“Dan ga je het vanavond gewoon doen, het komt goed je hebt een prachtige stem. Maak je maar geen zorgen.”

Na de pauze word ik aangekondigd. Trillend en bevend ga ik naar voren om mijn plaats in te nemen. Ik heb moeite met het ritme en het horen van de juiste begintoon. Ik heb zo goed geoefend dat ik het bijna uit mijn hoofd ken. Annelies begint te spelen. De geluiden van de piano klinken me in de oren. Dan begin ik te zingen: “Ma-che dich mein Her-ze rein.”

Wat ik goed onthouden heb, is dat, wat er ook gebeurt, ik mijn adem eronder moet houden, net als met toneel: niet uit je rol vallen. Anders is het over en uit.

Als ik klaar ben klinkt er tot mijn verbazing een groot applaus. De reacties zijn echt hartverwarmend. Nu heb ik de smaak pas goed te pakken.  

Na corona begint het zingen weer. Ik heb wat geld gespaard voor een paar lessen van een half uur.. Ik zing graag opera en musical. Uiteindelijk komt de leerlingendag in zicht. Ik ga meedoen, het kan niet meer fout gaan, maar de stress neemt alleen maar toe. Ik vertel het aan iedereen dat ik solo ga zingen op de leerlingendag. Mijn zwager en twee zussen komen, Lidi, een oud-collega, mensen van het toneel en mijn docent Nederlandse taal, zij zingt zelf in een koor.

De zenuwen nemen steeds meer toe. Ik luister en zie hoe zenuwachtig ook de andere leerlingen zijn. Sommigen hebben een prachtige stem. Uiteindelijk ben ik als laatste aan de beurt. Ik begin met een Italiaans nummer Sevuol balre uit Figaro van Mozart. Sommigen uitspraken liggen me niet makkelijk; ik heb al moeit genoeg met Nederlands. Toch volgt er een daverend applaus. Dan is het pauze.

Edith is trots op me. Iedereen die me is komen steunen vindt het prachtig. Ik kan bijna niet meer praten, mijn lippen en tong voelen vreemd aan, alsof ze verdoofd zijn. Maar iedereen zegt dat het niet te zien is. Na de pauze zit ik weer in de kerkbank te wachten met een wiebelend been tot ik weer aan de beurt ben. Ik ben als laatste. Nu ben ik echt misselijk. Daar ga ik dan: van Wagner zing ik O du mein holder Abendstern. Door de stress begin ik te vroeg. Iedereen moet lachen. Nu laat ik even alles los en begin echt te zingen. Met een weer een daverend applaus verlaat ik het podium. Ik krijg een bosje bloemen van mijn jongste zus. Thuis gekomen zak ik voldaan in mijn stoel, van slapen is geen sprake. Telkens beleef ik het weer als ik mijn ogen dicht doe.

Koos gaat solo

Na een week sta ik weer solo te zingen voor het koor, Stars van Les Misérables. Mijn zenuwen heb ik nu iets meer onder controle en weer krijg ik een goed en hartverwarmend applaus. Mannen uit het koor zeggen dat ik enorm vooruit ben gegaan. Oud-burgermeester Reinier noemt me zelfs de ster van de avond. Zou ik dan echt zo goed kunnen zingen?

De zenuwen moet ik nog los leren laten. Op mijn werk laat ik de opnamen aan mijn collega’s horen. Hun reactie had ik niet verwacht. Mijn bureauhoofd zegt meteen: “Jij kan mooi een solo met de kerst doen.”

Stomverbaasd kijk ik hem aan. “Dank je wel René.”

Ook mijn andere collega’s zijn onder de indruk. Hier moet ik kracht uit halen. Het vreemde is dat ik al meer dan achttien jaar op het podium sta voor Stichting Lezen & Schrijven, Stichting ABC en voor mezelf wanneer ik als schrijver word uitgenodigd.  Ik ben dan wel zenuwachtig, maar nooit vooraf, altijd achteraf. Dan kan ik er niet van slapen. Nu was het vooraf. Misschien sta ik er dan anders in, omdat ik mijn ervaringen graag met andere laaggeletterden wil delen en ze wil vertellen dat ze er goed aan doen om beter te leren lezen en schrijven. 

Met zingen wil ik in elk geval graag doorgaan. Het applaus is heerlijk en goed voor mijn zelfvertrouwen.

Deel deze pagina

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.