Koos als coach

Anneke Elenbaas van Ommen belt en ze vraagt of ik mee wil naar Rotterdam om twee mensen over te halen, om ook ambassadeur te worden. Ambassadeurs van de Stichting Lezen en Schrijven vertellen aan organisaties, scholen, overheden en de politiek hoe het is om laaggeletterd te zijn en waar je tegenaan loopt.

Ik laat er geen gras over groeien. Na een paar dagen zitten we samen in de bibliotheek van Rotterdam, met Maya van Stichting Lezen en Schrijven, een docent, iemand van de gemeente en twee mensen die een cursus Nederlands volgen en ook ambassadeur willen worden. De kwetsbaarheid druipt van deze twee mensen af: ze zitten stil en een beetje in elkaar gedoken. Ik zou ze in mijn armen willen nemen.

Na een voorstelronde heb ik al flink wat indrukken opgedaan, die vergelijk ik met Zeeland. Daar heb ik mensen overgehaald om ambassadeur te worden. Zeeland was spannend genoeg om hele nachten van wakker te liggen: hoe zouden ze reageren? Het is toen allemaal goed gegaan. Toch weet ik als geen ander wat het is om jezelf bloot te geven als ambassadeur.

Toen ik ambassadeur werd voelde ik me naakt in de stad staan. Mijn docent vroeg of ik mee wilde naar Rotterdam, ik had nog maar net Nederlandse les. Omdat de anderen zich uit de voeten hadden gemaakt, kwam een filmploeg op mij af. Ik was overdonderd. Binnen vijf minuten stond ik voor een camera, deed mijn verhaal en beantwoordde ik hun vragen. Toen ik weer op mijn plaats achter een kraampje stond, kwam ik langzaam tot mezelf. Ik hoefde er alleen maar te zijn en niets te doen, zei mijn docent. En toen stond ik ineens voor de camera. Wat was er gebeurd? Wat had ik toch gedaan? Nu wist iedereen dat ik niet goed kon lezen en schrijven. Het zweet brak me uit. Ik trilde, mijn huid trok zich strak en op mijn arm stonden mijn haartjes rechtop, terwijl ik het niet koud had.

Ik was nooit echt voorbereid hoe je met media om moest gaan. Ik werd zo in het diepe gegooid. Ik had echt het gevoel dat ik verdronk. Maar voordat ik de tijd had om dat te verwerken, kreeg ik een microfoon onder mijn neus van Radio-omroep Rotterdam. De dame die geïnterviewd zou worden, staarde bevroren voor zich uit en liep weg. Weer beantwoordde ik allerlei vragen.  

Vier dagen kon ik er niet van slapen. Ik zag mensen naar me kijken op straat, maar ze lieten me gelukkig met rust. Ik had me geen raad geweten als ze hadden geweten dat ik laaggeletterd was. Ik vond het verschrikkelijk dat ik zo stom was geweest om het op tv te zeggen.  Toen kwam er toch een oudere dame naar me toe die vroeg: “Ben u niet die meneer die op tv was?”

“Ja, mevrouw dat ben ik.” Ik scheet zeven kleuren stront.

“Ik ben onder de indruk van uw moed. Goed gedaan.”

Ook een kind op straat zei: “Ik heb bewondering voor wat u gedaan heeft. Ik hoop dat u dat blijft doen.”

Ik moest erom lachen en voelde me gevleid. Dit had ik helemaal niet verwacht, ik werd er warm van. Mensen uit mijn kennissenkring reageerden allemaal verbaasd: “Maar jij kan toch gewoon lezen en schrijven?”

Ik was ook verbaasd om hun reacties, niets anders dan respect hadden ze voor me! Telkens weer als ik werd uitgenodigd als taalambassadeur. Ik vond het heel bijzonder dat zo veel mensen onder de indruk waren van mijn verhalen. Ik voelde dat ik daardoor veranderde, het was een goede therapie.

Telkens als ik voor de gemeente mijn verhaal vertel, of voor een schoolklas, krijg ik reacties waarvan ik nooit had durven dromen. Zeker als ik van kinderen hoor hoe dankbaar ze zijn als ik mijn verhaal gedaan heb.

Later kreeg ik ook ervaring met vooral jonge journalisten, die soms de tekst veranderden in een artikel om het smeuïg te maken. Soms stond ik met tranen in mijn ogen van woede omdat ze mij bijvoorbeeld analfabeet noemden in plaats van laaggeletterde. Tegenwoordig wil ik eerst de tekst van het interview lezen, eerder mogen ze het niet plaatsen. Dat brengt zoveel bevrijding, omdat ik het voor het zeggen heb wat er komt te staan. Dat is wat ik de aankomende ambassadeurs vertel.

En hoe ik ben gegroeid en hoe mijn ‘luiken’ open zijn gegaan.

Alle onzekerheden waar ik al zo lang mee rondliep, zijn door die ervaringen afgebroken. Ik voel me nu juist heel sterk. Ik durf zomaar tegen een wildvreemde te praten. Ik spreek docenten die zoveel vragen hadden en wel signalen opvingen van de leerlingen, maar niet wisten wat ze betekenden en wat ze ermee moesten doen. Sommigen leerlingen die zich zo gedroegen als ik zeiden: “Koos eindelijk weet ik nu hoe het zit, het raakt me diep. Nu weet ik wat me te doen staat. Dat gaat bij mij niet meer gebeuren!”

Ik moet heel voorzichtig te werk gaan met de nieuwe ambassadeurs. Zelfs in Zeeland waren ze minder bang dan deze twee mensen. Ben ik wel goed genoeg om ze over te halen? We geven ze een week om erover na te denken. Als ik met Anneke in de metro onderweg ben naar huis, vraagt ze wat ik ervan vond. Ik zeg even niets, maar ik heb grote twijfels of ze het durven. Ik twijfel bovendien of ik wel goed genoeg ben om hen over te halen. Precies op dat moment geeft ze me een compliment: alsof ze het aanvoelt zegt ze out of the blue: “Jij hebt indruk op ze gemaakt. Anders waren ze al afgehaakt.”

De volgende week sta ik alleen met Maya voor de klas. De nieuwe ambassadeurs zijn er nog niet helemaal zeker van. Ik zie de twijfels in hun gezicht, maar ik weet dat ze het kunnen. Ik vertel hoe spannend ik het vond om te vertellen over mijn kwetsbaarheid, maar ook wat het me gebracht heeft en wat het me nog steeds brengt.

Ik zie hun lichaamstaal waar – ik trek hun emoties aan als een jas. Ik zie de herkenning op hun gezichten. De man lacht wel, maar maakt zich steeds kleiner en komt wat verlegen over. De vrouw lacht ook en probeert juist zo luchtig mogelijk over te komen.

“Bedankt,” zegt de man. “Door jouw verhaal valt alles van me af. Het is ongelofelijk, telkens als jij een ervaring deelt, voel me een stuk vrijer. Ik wil het wel proberen, maar ik heb maar weinig bagage en ben nog bezig om mezelf te ontwikkelen.”

“Hoe kleiner je bagage, hoe beter. Ik ben namelijk niet meer laaggeletterd, maar jij zit er nog middenin. Daardoor sta jij nog dicht bij de mensen die we willen bereiken.”

Er valt een stilte. Hij kijkt naar mij, dan naar Maya en zegt voorzichtig: “Ja, ik wil het wel proberen.”

Maya vraagt aan de vrouw: “Hoe is het voor jou?“

“Ja, ik vind het wel dapper van Koos dat hij dit doet, ik wil het ook wel proberen.” Ze stopt haar emoties weg met een glimlach.

De andere ambassadeurs in mijn klas reageerden hetzelfde: “Ik weet nog niet genoeg, kan ik dat ambassadeurschap dan wel aan?”

Zullen ze het volhouden? Ik word me steeds bewuster dat de schaamte en angst echt veel groter is dan het probleem van laaggeletterdheid.

Het is voldoende om ze over te halen om naar de volgende uitdaging te gaan. Dat is een bijeenkomst in Rotterdam. Ik ga daar mijn verhaal doen en de nieuwe ambassadeurs kijken hoe ik dat doe, zodat ze zich een beeld kunnen vormen van hoe het eraan toe gaat.

Onderweg naar Rotterdam ben ik zo zenuwachtig dat ik er even niet bij ben met mijn gedachten en ik een halte te laat uitstap. Snel terug naar Beurs om daar weer over te stappen richting Rijnhaven. Maar zodra ik ben overgestapt begin ik te weer te twijfelen of ik wel goed zit. Ik vraag het toch nog maar even aan een medepassagier. Ja, ik zit in de goede metro. Dan verschijnt er op een elektronisch bord ‘Rijnhaven’, snel stap ik uit, maar beneden zie ik ze niet staan. Dan kom ik erachter dat dit helemaal Rijnhaven nog niet is – ik ben een halte te vroeg uitgestapt. Snel ga ik terug, als ik maar niet te laat kom. Maya belt me. Ik zeg haar wat er is gebeurd, maar ik durf niet te zeggen dat het al de tweede keer is dat ik verkeerd ben uitgestapt. Snel pak ik de volgende metro en stap één halte verder uit. Ben ik nog te laat ook. Juist als ik zo onzeker ben, maak ik er een zootje van. Toch maar goed dat ik zeker een half uur te vroeg van huis ben gegaan. De anderen staan ze te popelen om snel naar de bijeenkomst te gaan. We komen dik op tijd, want Maya heeft vroeg afgesproken op het metrostation. Waarschijnlijk heeft ze ervaring met laaggeletterden die te laat komen. En als we er zijn is er nog niemand, alleen de dame van de gemeente.   

De deelnemers van de gemeente krijgen vaak met laaggeletterden te maken. Ik vertel mijn verhaal. Het is even stil. Maya neemt het over. Er zit een dame in de zaal die meteen als ze het woord krijgt begint met afkraken van de mensen die ze aan de balie krijgt, ze zegt: “Ze kunnen er niets aan doen, het zit in hun DNA. Daar kan je niets mee beginnen.” Met een zenuwachtige blik kijkt ze naar mij,  of ik reageer.

Maar ik zit op mijn handen en bijt op mijn onderlip. Ik moet niet reageren, maar het bureauhoofd van de gemeente en Maya als vertegenwoordiger van de Stichting Lezen en Schrijven – zíj moeten daar wat mee doen. Toch reageren ze niet. Dan komt er gelukkig een einde aan de bijeenkomst. Ik ben woedend. Toch besluit ik het er niet over te hebben, en niet mijn emoties de vrije loop laat.

Na een week vraagt Maya wat we ervan vonden. De vrouw vond het leuk. Ik zie de man nog nadenkend kijken en ik ga meteen los. Enigszins verbaast kijkt Maya me aan en zegt: “O, je had het dus toch door. En jullie?”

“Ja wat Koos vertelt, viel mij ook op en ik vond het niet leuk. Ik heb het heel moeilijk gehad toen Koos zijn verhaal begon te vertellen. ik kreeg er zoveel verdriet van dat ik bijna weg was gelopen.”

Maya is onder de indruk van onze waarnemingen. De vrouw is het allemaal ontgaan, want ze was veel te zenuwachtig. Ik vraag aan Maya waarom ze er niets van gezegd heeft.

“Omdat hun baas daarbij zat. Zij had haar moeten aanspreken.”

“Nou, het scheelde maar een haartje of ik had gevraagd hoe het met háár DNA zat, vooral het luistergebied dat niet ontwikkeld is,” zeg ik.

Maya is blij dat ik het niet gedaan heb. Er is ook iets heel moois gebeurd, want de andere deelnemers hebben er namelijk op gereageerd. Een jonge man zei: “Zonder het verhaal van Koos had deze bijeenkomst totaal geen nut gehad.” Dat maakte alles goed. De andere deelnemers waren het ermee eens en dikten dat nog even aan. Op één na dan. Met haar DNA. Maya zegt dat ze daar nog wat mee gaat doen.

Dan komt corona. Gelukkig zijn de nieuwe ambassadeurs nog steeds van plan om door te gaan. In het begin hebben we contact gehouden via Meet en Zoom, maar daar hebben ze grote moeite mee. Ik ga contact met ze zoeken, tenslotte ben ik hun coach geworden. Zullen ze het halen? Ik heb nog steeds mijn twijfels. Hun angst is mij wel bekend.

Deel deze pagina

Een gedachte over “Koos als coach”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.