Herintegratie en toch naar school

Het is al een paar maanden geleden dat Edith ontdekt heeft dat ik heel slecht ben met lezen en schrijven. Tot nu toe heb ik de boot goed af kunnen houden.

Na het boodschappen doen ligt er een brief van het ABP, daar krijg ik mijn uitkering van. Het gaat over herintegratie. Edith leest hem voor en zegt: “Dit is een mooie kans voor jou!”

Ik zie het helemaal niet zitten. Maar telkens zie ik na een nacht op mijn spelcomputer de  mensen naar hun werk gaan. Dan is het voor mij tijd om naar bed te gaan. Dus ik stem toch maar toe. Of ik echt aan het werk kan komen betwijfel ik. Wie zit er nu op mij te wachten? Ongeschoold en ook nog eens lichamelijk naar de knoppen.

Edith maakt direct een afspraak en voor ik het weet zitten we in Rotterdam op het arbeidsbureau te praten over de mogelijkheden met Pascal. Ik kan het goed met hem vinden. Edith zegt dat ik wiskundig ben aangelegd, omdat ik een aardig potje kan schaken. Pascal zegt dat zijn broer blind kan schaken en vraagt of ik dat ook beheers.

“Zo goed ben ik niet. Trouwens ik ben er al mee gestopt.”

“Waarom?”

“Omdat ik er niet van kan slapen, ik zie steeds een schaakbord voor mijn ogen. En daar stopt het niet bij, uren zit ik achter de pc om strategieën door te nemen. Ik draaide ervan door, daarom ben ik gestopt.”

Dan zegt Edith: “Koos is heel slecht met lezen en schrijven.”

Even kijkt hij geschokt alsof hij wil zeggen: en het schaken dan? Hij ziet ook hoe ik van kleur ben verschoten. Maar hij zegt: “Daar kunnen we gelijk mee beginnen.”

Hij kijkt naar zijn pc en tikt er lustig op los. Vol bewondering kijk ik hoe snel zijn vinger over het toetsenbord gaan. “Waar woon jij precies?”

Voor ik kan antwoorden, roept Edith “In de Westfrankelandsestraat.”

Daar gaan zijn vingers weer. “In Sint Lidwinastraat staat een school, waar je naar toe kan.”

“Dat wist ik niet”, zegt Edith, “Koos, nu weet je wat je kan doen.”

Pascal gaat meteen verder met zijn vragen over mijn re-integratietraject. Daar ben ik niet zo blij mee, maar ik wil wel weer werken en leren. Nu zit ik er echt aan vast, ik kan geen kant meer op. Edith krijgt haar zin. Ik sta met mijn rug tegen de muur.

Na twee weken kom ik weer terug bij Pascal en het eerste wat hij vraagt is of ik al een afspraak heb gemaakt met de school. Ik ben zelfs al op gesprek geweest en ik krijg een seintje wanneer ik kan komen. Pascal zegt dat het een hele uitdaging is om mij aan het werk te krijgen, omdat ik zo laag geschoold ben. De keuringsarts die in hetzelfde pand zit en mij na mijn gesprek met Pascal fysiek keurt is een vriendelijke man. Ik bespreek mijn fysieke ongemakken zoals mijn kapotte knie en rug. Dat ik mentaal ook niet lekker in mijn vel zit vertel ik niet want ik schaam me daar toch wel voor. Hij prikt er echter zo doorheen waardoor ik me steeds meer op mijn gemak voel. “Hoe zit het met werk zoeken?”, vraagt hij.

Nu moet ik weer mijn verhaal vertellen over het gebrek aan diploma’s en het lezen en schrijven. Het lijkt wel of hij zich echt voor me wil inzetten.

Hij doet een paar voorstellen en ik zie hoe de klok verder tikt. Ons gesprek loopt uit maar de arts trekt zich er niets van aan. Het is lang geleden dat iemand zoiets voor mij deed. Dan doet hij de suggestie om een gesprek bij de sociale werkplaats voor me te regelen. Bij die gekken? Dat is toch niets voor mij. Alles in mij roept verzet op. Ik kijk naar Edith. Nuchter als altijd zegt ze: “Je moet ergens beginnen, je hebt geen keus, althans niet bij mij.”

Daar kan ik het mee doen, ze wil niet dat ik nog langer me verschuil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.