Edith

Ik ben in discotheek Palm Beach met wat vrienden. Er staan ook paar dames bij. Eén valt mij meteen op, maar ik zit zonder werk, ik heb geen opleiding en ik kan nauwelijks schrijven; ik ben een nul. Dan heb ik ook nog eens het gevoel dat ik mezelf aan het verliezen ben. Ik ben zo somber en ik weet niet waar het allemaal naartoe gaat. Word ik net als mijn vader, een beroepswerkloze? Dat is al helemaal geen goede basis voor een vriendin. Ik kan maar het beste plezier maken in de hoop dat ik deze gedachten kan onderdrukken.

Ik raak in gesprek met Marcello. We dollen en blijven op de achtergrond. Dan is er toch een dame die met mij wil dansen. Ik ga met haar mee de dansvloer op. Lucien is de dj en hij draait James Brown voor mij. Ik ga even los, niet meer zo vlot als eerst, maar toch nog heel soepel. Met grote ogen staat ze te kijken. Dan stop ik en ga weer met een rustig pasje verder. Ze komt dichterbij en vraagt: “Van wie heb jij zo leren dansen?”

“Mijn meeste vrienden zijn Surinaams.”

Lucien zet een slijpplaat op en ik steek mijn armen uitnodigend uit om te gaan slijpen. Ze gaat er met een glimlach op in. Op zijn Surinaams begin ik te bewegen op het ritme van de drum. Ze fluistert in mijn oor: “Dit heb jij toch niet van je vrienden geleerd?”

“Nee, van een paar Surinaamse vriendinnen.”

“Ik krijg een vreemd gevoel in mijn benen. Ze worden helemaal wee…”

Ik voel een glimlach van oor tot oor trekken en ik bloos. Dat vindt ze lief. Maar het kan toch niets worden. Gelukkig wordt ze door een andere dame de dansvloer opgevraagd. Ik besluit om verder te gaan dollen met Marcello. Hij heeft zelf al een lieve vriendin. Hij zegt dat ik sjans heb en vraagt wat ik ermee ga doen.

“Nee Marcello, ik heb al iemand anders op het oog in Schiedam,” verzin ik.

“Weet je het zeker? Het is een lekker ding hoor! Die ziet jou helemaal zitten, die andere gasten hebben geen schijn van kans.”

Nog één nummer en de tent gaat dicht. De dames nodigen ons uit om met hen mee naar huis te gaan om wat te drinken. Marcello krijgt de opdracht om mij ook over te halen. Natuurlijk ga ik mee. Met een paar auto’s gaan wij Rotterdam in, naar een groot grachtenpand waar ze allemaal samenwonen.

Marcello en ik hebben het naar ons zin en vertellen flauwe moppen. Na een tijdje gaat de ene dame na de andere naar haar kamer. Tot alleen zij overblijft. Mijn vrienden richten hun pijlen op haar, maar ze lopen allemaal een blauwtje. Dan besluiten ze eindelijk te vragen met wie zij wel wat wil beginnen. Ze kijkt naar mij en ik draai verlegen mijn hoofd weg. Ik hoor haar zeggen: “Die knul met dat rode jasje. Daar wil ik graag mee verder. Ik wil er ook wel voor naar Schiedam komen, hoor. Ik weet hem heus wel te vinden.”

Met bloedrode wangen kijk ik haar aan. Al mijn vrienden schieten in de lach en proberen mij aan te zetten om het meisje te veroveren, maar dat moeten ze al gauw opgeven. Bij het afscheid proberen ze nog een kus los te krijgen, maar alleen ik kan een kus krijgen. Mijn vrienden beginnen me aan te moedigen. Hoe graag ik ook wil, ik geef niet toe. Ik ben te laf, dus ook geen kus voor mij.

In die tijd raken we in contact met Desiree. Mijn broer Henk praat steeds vaker over haar en ik kan ook goed met haar overweg. Via-via komt Desiree erachter dat Henk karateles geeft. Ze besluit om bij hem op les te gaan en zo krijgen ze uiteindelijk verkering.

Op een avond in december stapt een jongedame de discotheek binnen. Ik weet niet wie ze is, maar ze valt op omdat ze anders is. Ze ziet er goed verzorgd uit, echt chic: een zwarte pantalon met zwarte naaldhakken, een rode blouse en een omslagdoek. Henk komt naar me toe en fluistert: “Dat is de zus van Desiree.”

Ik ben echt wel van haar gecharmeerd, maar ik heb natuurlijk niets te bieden. Ik word er onrustig van, misselijk zelfs. Toch wil ik het proberen. Ik zal er alles aan doen om haar niet te laten weten hoe weinig ik te bieden heb.

We raken aan de praat tot laat in de avond over van alles en nog wat. Als we afscheid nemen, vraag ik of ze zin heeft om een keer koffie te komen drinken. Ze kijkt me wat wantrouwig aan: “Zo gek ben ik niet.”

Ik houd voet bij stuk en ze besluit om mijn aanbod toch te accepteren. We wonen niet ver van elkaar. De week daarop is onze date, maar het is dan net oudejaarsdag en ik ben bij mijn moeder op visite.

“Zeg, zou je niet eens oliebollen gaan bakken?” vraagt ze.

“Nee, dat doet Cor,” probeer ik eronderuit te komen. “Ik heb een afspraak met dame en ik heb niets beloofd over oliebollen.”

Cor loopt op dat moment de keuken in, dus ik vraag: “Jij bakt toch de oliebollen?”

“Nee, jij kan dat veel beter, ik doe het niet.”

Nou ben ik de klos. Tegen die twee samen kan ik niet op. Daar gaat mijn afspraak. Ik hoop dat ik Edith nog zie na twaalven, maar helaas.

De volgende week in de disco komt Edith op me afgelopen, ze kijkt niet blij: “Waar was jij? Ik heb in de kou voor de deur gestaan!”

“Ik moest oliebollen maken voor mijn moeder.”

Ze kijkt me aan vol ongeloof en verbazing.

“Echt waar, vraag het maar aan mijn broer.”

Edith bedenkt zich geen moment en stapt op Henk af, die het bevestigt. Zo komt er die nacht toch nog een afspraakje. En al is het geen koffie geweest, er was wel vuurwerk.

Na een paar weken vind ik dat ze er wel recht op heeft te weten dat ik haar niet echt een toekomst kan bieden. De moed zakt in mijn schoenen. Ik ben ervan overtuigd dat ze me dan niet meer ziet zitten. Tot mijn verbazing zit ze er niet mee. Toch vertel ik haar dat het niet makkelijk voor haar wordt; ik kan haar niet geven wat ik graag zou willen. Ik heb geen opleiding en ik werk op dat moment in de bouw. Daar moet ze het mee doen.

Edith begint zelf over mijn administratie. Ze heeft in de kasten gesnuffeld. De strookjes van de huur, gas en licht vindt ze overal. Natuurlijk, wat moet ik met al die brieven? Ik kan ze toch niet goed lezen, maar dat ga ik echt niet vertellen.

Hoe het gebeurt weet ik niet, maar de ene na de andere smoes komt er uit mijn mond. Ik begin over mijn werk: “Om half 5 sta ik op, om half zes word ik opgehaald met een busje om naar de bouw of de fabriek te gaan. Om 7 uur sta ik al te buffelen, dus ik heb absoluut geen tijd voor mijn administratie. En ik heb er een hekel aan.”

“Zal ik het dan voor je doen?” vraagt ze lief.

Dat is de oplossing. Nu kan ik alles nog makkelijker verbloemen.

Edith heeft een goede baan en vindt het helemaal niet nodig dat ik werk, maar ik wil per se voor haar zorgen. Ik werk alweer meer dan een jaar bij de reinigingsdienst. Ik kijk op het rooster en ben blij verrast dat ik sta ingedeeld voor de markt. Eindelijk krijg ik vis, bloemen en wat tipgeld.

Wij hebben aardig wat fooi gekregen. Aan het eind komt de chauffeur naar me toe en geeft mij een tas vol vis, omdat hij geen vis lust. Nou, blijer kun je mij niet maken. Er zit groene haring in, twee makrelen en een paar lekkerbekjes.

Onderweg naar huis op de fiets voel ik me de koning te rijk. Nooit krijg ik iets en nu ineens zoveel tegelijk. Net als toen ik voor de scheepvaart werkte. Als ik thuis aanbel doet Edith open. Vol trots laat ik haar mijn buit van de dag zien: in de ene hand een bos bloemen en in de ander hand twee tasjes met vis. Ze schiet keihard in de lach en zegt: “Moet je hem nu zien staan, als of hij een miljoen heeft gewonnen!” Ze heeft het er na jaren nog steeds over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.