Waarom?

Ik zie dat er een film op de tv is en vraag aan mijn moeder of ik hem mag kijken. Het gaat over Joodse mensen. Al snel merk ik dat het anders is dan de films die ik heb gekeken. Ik vraag: “Ma, dit is toch niet echt hè?”

“Ja jongen, dit is echt. Misschien ben je nog te jong, maar toch moet je leren dat het leven wreed kan zijn en mensen elkaar zoveel geweld aandoen. Als het je te zeer doet, zet hem dan maar ergens anders op.”

Het doet heel zeer, toch blijf ik kijken. Er zijn mensen die proberen te vluchten. Ze worden gelijk doodgeschoten. Toch zie ik dat er niet zoveel soldaten lopen. Als ze nu allemaal te gelijk aanvallen, zullen ze zeker winnen. Als ik tegen mijn moeder vertel wat ik denk zegt ze: “Iedereen is bang en niemand wil doodgeschoten worden. Ze mogen ook niet met elkaar praten. Als ze niet doorlopen worden ze met de achterkant van het geweer geslagen.”

De tranen staan in mijn ogen. Sommige mensen doen hun Jodenster af en vluchten. Die zijn slim, vind ik. Ze gaan naar Zwitserland, daar worden ze niet opgepakt,  want het land is neutraal. Daar snap ik helemaal niets van. Uiteindelijk lukt het een groepje mensen om dat land nog net op tijd te bereiken. Nu laten ze ook nog echte beelden zien. Stapels kleren en schoenen ze zijn van alle mensen die dood zijn gemaakt. Nu dringt het nog meer tot me door wat er in de oorlog gebeurd is. Dit ga ik nooit begrijpen. Ik bekijk nu de wereld met andere ogen. Ik vertel tegen mijn moede hoe erg ik het vind.

Dan begint ze over haar leven in de oorlog. Dat ze met een lepeltje uit de vuilnisbakken de etensresten schraapten, zo’n honger had ze. Er werd zelfs om gevochten. Ik kan het me niet voorstellen. Maar deed opa er dan niets aan?

“Mensen deden van alles om aan eten te komen, ze aten zelfs de katten en honden op, of ratten. Tulpenbollen waar je aan doodgaat door het vergif dat erin zit. Iedere man werd opgepakt en moest voor de Duitsers werken. Jouw opa en ooms ook. Je opa werkte in een kruitfabriek waar bommen en kegels werden gemaakt. Toen hebben ze met een ploeg de boel laten ontploffen, zodat de Duitsers geen bommen en kogels konden maken. Sommigen werden daar gelijk doodgeschoten. De rest van de mannen werden afgevoerd naar bunkers, daar werden ze in gegooid. Je opa is onderweg gewond geraakt aan zijn been, er zat een groot gat in. Maar dat maakte ze niets uit. De bunker zat vol gepropt met mensen die in de fabriek moesten werken. Toen gooiden ze de deur dicht en deden hem op slot. Pas na drie maanden ging de deur open.”

“Maar zo lang kan je toch niet zonder eten?”

“Dat klopt jongen. Je opa was de enige die nog over was. De hoofd man van de Duitsers kwam kijken en vroeg waarom hij nog niet dood was. Het antwoord van je opa was: ‘Ik kan niet dood, ik heb 17 kinderen.’ Hij had al zijn pistool getrokken om je opa dood te schieten. Maar toen deed hij zijn pistool weg en stuurde je opa naar een ziekenhuis om hem beter te maken. Toen hij was opgeknapt is hij thuisgebracht. Maar mijn vader was het niet meer. Hij had een koude blik in zijn ogen, als ijs. Er zat geen gevoel meer in.”

“Maar u heb nog niet verteld hoe hij in die bunker aan eten is gekomen.”

“Denk daar maar eens goed over na. Als je het weet mag je het mij vertellen.”

Ik heb daar lang over nagedacht en begreep het toen. Dat ging ik toch voorzichtig vragen.

“Ja jongen, de bakker kwam daar niet aan de deur.”

Telkens als er een film over de oorlog kwam, heb ik gekeken. Telkens moest ik mijn tranen bedwingen. Soms liepen ze goed af. De verhalen van mijn vader kwamen ook aan bod. Hoe hij de  hele buurt in leven hield, maar ook de dood van zijn broer Arie. Is hij daarom misschien gaan drinken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.