Patat

patatMijn moeder is een  echte moeder  in hart en nieren. Als ik aan haar denk  krijg ik het warm. Ze doet zichzelf vaak tekort. Heel  lief, maar mijn broers en ik vinden het maar niets. Het geeft ons een schuldgevoel. Ze kan ook heel streng zijn. Als iemand onrecht wordt aangedaan ontploft ze van woede. Verder heeft ze haar angsten , daar kan ze je de stuipen mee op het lijf jagen. Wij kaarten graag. Op een avond zijn we aan het kaarten en zitten lekker te lachen. Daar begint mijn moeder hard te gillen: ‘Op de tafel, snel!’

Binnen twee seconden staat iedereen op de tafel, af te wachten wat  er gaat gebeuren. Maar er gebeurt niets. Het is doodstil. Met grote ogen kijken we in het rond maar zien niets. Eindelijk zien we waar het om gaat. In het midden van de kamer zit een piepklein muisje, zichzelf heerlijk te wassen. De schrik zit er zo goed in, dat we er boos om worden. Toch schieten we allemaal in de lach tot de tranen ons over de wangen lopen. Mijn moeder is nog steeds bang. Mijn broer loopt naar het muisje toe en rits, weg is het. Na een uur lachen we nog. Die ma, bang voor zo’n klein muisje.

 

Dan is het avond en we gaan eten, maar er staat niets op tafel.

‘Waar is het eten?’ vragen we.

‘Dat moet nog gehaald worden’, zegt ma.

‘Maar wat eten we dan?’ dringen we aan.

‘Kijk, daar komt het er niet mee. Ik ga een briefje maken en dan schrijf ik het voor je op’, zegt ze en begint te glimlachen.

‘Oké ma, dan weet ik genoeg. We eten patat bij Jaapie’, raad ik.

‘Ja en jij en je broer mogen het halen. Het moet wel op de pof.’

‘Wat is dat?’ vraagt Lenie.

‘Dat is als je wat gaat halen en pas betaalt als je geld hebt.’

‘Geweldig, kan dat overal?’ vraagt Lenie verder.

‘Nee, dat kan maar bij een paar mensen waar je vaste klant bent.’

Met het briefje gaan we naar de patatzaak. Als we er aankomen staat de kruising vol met mensen.

‘Is er wat gebeurd?’ vraag ik aan Henk.

‘Nee, ze staan allemaal op hun beurt te wachten. Blijf jij hier maar staan. Ik moet het even slim aanpakken… Meneer mag ik er even langs? Mijn vader staat in de zaak en ik moet bij hem komen.’

‘Natuurlijk jongen. Hallo, laat die jongen er eens door, hij moet naar zijn vader.’

Wat is die brutaal! Na een halfuur is hij terug met een grote tas vol patat en kroketten en nog veel meer.

‘Kom, wegwezen hier’, zegt hij, ‘Dan vertellen we thuis wat er gebeurd is.’

Wat hebben we erom gelachen!

‘Rotjongens’, zegt mijn moeder tegen ons, ‘Jullie zijn mijn kinderen niet.’

Maar we zitten wel lekker te eten met zijn allen. Anders stonden we er om 12 uur nog.

‘Morgen mag je weer’, zegt ma.

‘Mij best hoor’, zeggen we in koor.

 

Na drie dagen patat vinden we het wel weer genoeg.

‘Jammer voor jullie, maar anders heb je niets’, zegt ma. Dus we gaan maar weer op pad. Na vijf dagen kunnen we echt geen patat meer zien. Maar er is niets anders, ook geen brood.

‘Wees er maar blij om dat je nog wat te eten hebt. Zonder ga je dood’, zegt mijn moeder behoorlijk geïrriteerd en loopt dan weg naar de keuken. We zwijgen meteen omdat we aan haar zien dat ze er veel moeite mee heeft.

‘Die rotvent maakt alles op, het enige wat hij kan is naar de kroeg gaan en dan al het geld erdoorheen jagen’, horen we haar schelden.

Wanneer onze vader thuiskomt doet hij of er niets aan de hand is. We hebben geen geld voor eten, maar ook niet voor kleren. We hebben zelfs een automaat gekregen waar je geld in moet doen voor licht en gas. Eigenlijk doen ze dat niet meer, maar voor mijn moeder hebben ze een uitzondering gemaakt. Als ze de kinderbijslag krijgt, betaalt ze al haar rekeningen. Voordat mijn vader de kans krijgt om het op te maken. Toch komt het voor dat hij het inpikt en dan alles erdoorheen jaagt. Iedereen in de buurt weet wat er aan de hand is en ze kijken ons met de nek aan.

Wij zijn niet de enigen die dat hebben. Er zijn meer gezinnen in de buurt waar hetzelfde gebeurt. Zij worden ook nog eens mishandeld. Elke keer weer staat de politie in de wijk. Ook wel eens bij ons voor de deur. Dan wordt mijn vader meegenomen en komt de andere dag pas thuis. Hij wil dan wel verhaal halen, maar mijn moeder zegt altijd heel slim dat zij niet gebeld heeft, maar de buren. Dan bindt hij in.

Inmiddels hebben we al een paar dagen geen eten gehad. Als ik langs de patatzaak van Jaapie loop, roept hij me naar binnen: ‘Hé, kom jij eens hier.’

‘Ja meneer’, zeg ik beleefd.

‘Waarom komen jullie niet meer?’

‘Omdat mijn moeder geen geld heeft en ze moet nog rekeningen betalen.’ Ik houd mijn hoofd naar beneden van schaamte.

‘Rekeningen? Hoe kom je daar nou bij? Je moeder heeft alles betaald.’

‘U vergist zich’, zeg ik.

‘Vooruit, ik ga kijken. Kom even binnen, dan zoeken we het samen uit.’ Hij pakt een paar briefjes en zegt: ‘Ik heb er een paar gevonden maar die zijn allang betaald. Weet je wat, ik gooi ze meteen weg.’ Hij verscheurt de briefjes en gooit ze in de vuilnisemmer. ‘Zo, en nu naar huis om een briefje te halen. Dan zie ik je dadelijk terug, oké?’

‘Ja meneer’, zeg ik bedremmeld.

‘O wacht even, dan kan je proeven of het ijs gelukt is en of de slagroom goed is!’

Even later loop ik met een ijsje met slagroom naar huis. Daar vertel ik wat er is gebeurd.

‘Die vent is gek’, zegt mijn moeder, ‘Ik heb niets betaald. Heeft hij echt die briefjes weggegooid?’

‘Ja ma, ik heb het zelf gezien.’

Dan pakt ze een pen en een stukje papier van een envelop en begint te schrijven. Even later sta ik weer in de zaak en voel me gelukkig. Dat komt door Japie. Hij is zo aardig dat ik het nauwelijks kan geloven. Dank zij hem hebben we nu toch maar weer te eten. Ook al is het weer patat.

7 gedachten over “Patat”

  1. Maar wel weer een leuk verhaal om te lezen. Ik heb dit verhaal wel vaker gehoord, als er weer een oude herinneringen werden opgehaald. Geweldig om weer terug te lezen 😉

  2. Ik vind je verhalen erg leuk on te lezen.
    Alleen jij als schrijver heeft een beeld bij het verhaal en ik niet. Ik mis dus een stukje details. Vertel hoe de man eruit zag. En als je de patattent binnen loop hoe het er daar uit zag.
    Dat zou ik als lezer erg leuk vinden om te weten.

    Maar ik ben fan gr patricia xxx

  3. Waaw ik vind het allemaal zo knap. Ik kan het me allemaal niet voorstellen! Gelukkig bestaan er goede mensen zo als de man van de patatzaak

  4. Zo je moeder was er een uit duizend. Wij hadden er ook zo een . Waren zussen ik herken heel veel hier in . Bij ons ging het altijd iets anders maar zo herken baar .Heel leuk om te lezen . Groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.