Sneeuw en oud en nieuw

sneeuwDe kerstvakantie is begonnen. Als mijn broers en zusjes wakker worden, kijken we of er ijsbloemen op het raam van de zolder staan. We weten inmiddels wel dat een grijze lucht sneeuw belooft. Ik hoop dat het gaat sneeuwen, voor mij part mag het een meter dik worden. Er is niets leukers dan met een rotgang de Vlaardingerdijk af te glijden op de slee. De thermometer bij opa in het kippenhok geeft wel -5 graden aan.

De avond voor kerst liggen we op bed, maar we zijn klaarwakker. Dit keer is het Lenie die het als eerste ontdekt. Vraag me niet hoe, maar wij hebben allemaal wel eens een voorgevoel. Ze stapt uit bed en kijkt door het raam.

“Het sneeuwt”, roept ze.

“Je neemt ons in de maling”, antwoorden we. We nemen toch het zekere voor het onzekere en gaan kijken. Verdraaid, ze heeft gelijk. Nu kunnen we helemaal niet meer slapen. Hoe laat zou het zijn, kunnen we wakker blijven om als eerste buiten te zijn en van de verse sneeuw te genieten? Wij bekokstoven dat er eentje beneden gaat plassen en de ander kijkt hoe laat het is. Henk gaat plassen en ik slip erachteraan en kijk snel op de klok in de huiskamer. Het is half één. Mijn moeder is niet blij om ons te zien, we krijgen een standje omdat we nog niet slapen; het plas-excuus werkt. Ze staat weer te wassen zoals altijd met een wasbord en een teil. Als we boven komen zijn de meisjes al in slaap gevallen.

Na een tijdje fluistert Cor: “Ik weet dat je wakker bent, maar ik waarschuw je,  ma weet dat je stiekem weer naar buiten wil piepen.” Hij kent me net zo goed als mijn moeder, ik ben nogal een vrijbuiter. Als het kan neem ik de benen. Naar buiten het liefst, de natuur in, waar geen mensen zijn. Als hij het zegt, weet ik dat ik geen enkele kans maak. Maar na een paar uur ben ik nog de enige die wakker is. Het moet nu! De sneeuw en het avontuur lokken. Als een inbreker  sluip ik naar beneden.

Eenmaal in de huiskamer zie ik licht branden in de keuken. Hoe kan dat nou? Wie is er op dit tijdsstip nog wakker? We hebben toch geen bezoek? Inbrekers zullen het niet zijn, daar zijn we veel te arm voor. Hoewel, je weet je maar nooit in deze buurt. Nee, ik denk dat de enige die het kan zijn mijn moeder is. Is ze nu nog met de was bezig! Nieuwsgierig  loop ik de keuken in en inderdaad ze is nog wakker.  Er staan allemaal kommen op het aanrecht en het ruikt naar chocolade en vanille. Droom ik? Het water loopt me in de mond. Ze maakt chocoladepudding en gele pudding met bitterkoekjes, mijn favoriete smaak. Die is het lekkerste wat ik ooit geproefd heb, vooral als je het met veel slagroom neemt.

Mijn moeder is zo geconcentreerd bezig dat ze me eerst niet ziet staan. Het verbaast me niet. Dat ze lekkers aan het maken is verrast me meer. Ineens draait ze haar hoofd om: “Wat moet dat nou weer hier, hup naar je nest en gauw een beetje“, snauwt ze.

“Ik kan niet slapen ma.”

“Leg me dat eens uit.”

“Ma, je weet hoe gek ik ben op sneeuw. Ik wil de eerste zijn die in de sneeuw speelt nu het nog mooi en vers is als het nog donker en stil is.”

Ze verklaart me voor gek maar tot mijn verbazing zegt ze: “Je mag tien minuten hier voor deur spelen. Maar dan ga je slapen.”

Binnen een minuut ben ik aangekleed. Ik doe de voordeur zachtjes achter me dicht. Het eerste wat ik zie is een dik pak sneeuw dat tot aan mijn knieën reikt. Alles is wit, zonder voetstappen. Ik til mijn laars op en zet voorzichtig mijn voet neer. Alsof je door zachte watten gaat, zo voelt het.  De verse sneeuw knispert onder mijn laarzen. De kou kriebelt aan mijn wangen, ik word helemaal blij vanbinnen. Ik ga los: sporen maken, sneeuwengeltjes maken, sneeuwballen gooien. Zachtjes vallen de vlokken en het pak sneeuw wordt dikker en dikker.

Ruim een uur later kom ik weer binnen. Mijn moeder is nog bezig in de keuken. Voordat ik door naar bed  ga vraag ik aan mijn moeder waarom ik naar buiten mocht.

“Zodat je nu eindelijk kan gaan slapen, gek kind dat je bent.” Misschien begrijpt ze wel meer van me dan ze zegt. Of misschien droom ik toch.

Met een glimlach ga ik naar boven en val onmiddellijk in slaap. Na een paar uur sta ik weer als eerste buiten. Ik raap wat verse sneeuw op, maak een sneeuwbal en gooi hem zo ver als ik kan. Met een plof komt hij op de grond en blijft nog heel ook. Na een paar sneeuwballen zijn mijn handen zo koud dat ze heet aan voelen, maar ik let er niet op. Ik bedenk dat ik een glijbaan ga maken. In een mum van tijd ligt er eentje midden in de straat. De kinderen uit de buurt komen  naar buiten. Als ze zien hoe lang mijn glijbaan is, willen ze allemaal meedoen. Er komt een ijslaag op waardoor hij glimt als een dure marmeren vloer.

Ik  krijg het zo koud dat ik wel naar binnen moet en besluit naar opa en oma te gaan. Daar kruip ik dicht bij het grote fornuis in de keuken.  Mijn handen worden warm, maar al snel beginnen ze te kloppen en de pijn wordt ondraaglijk.

“Opa, mijn handen doen zo’n zeer!“

“Je heb last van winterhanden en dat doet goed zeer, voortaan die handen niet meer bij de kachel houden jongen.”

Na een kwartier beginnen de tintelingen af te nemen. Ik heb mijn les geleerd. Het mag koud zijn, toch is de winter de feestelijkste maand van het jaar.

“Opa”, bedenk ik me, “Vieren we oud en nieuw weer hier?”

“Het spijt me jongen, maar dat zal niet meer gaan. Je oma en ik kunnen niet meer tegen de drukte. We zijn er echt te oud voor geworden.”

Dus geen oliebollen en bowl? Opa maakte altijd twee soorten: één voor grote mensen met wijn en vruchten en één voor de kinderen met alleen vruchten zonder alcohol. Maar thuis is er geen geld om het te vieren. Ineens vind ik het niet zo gezellig meer bij opa en oma. Ik naar huis en vertel het aan mijn moeder.

“Niet boos worden, ze kunnen er niet meer tegen om zo lang op te zijn en zeker niet met jullie. Jullie houden van dansen en harde muziek, ze worden te oud. Maak je maar geen zorgen, ik heb stiekem wat bij elkaar gespaard, en ook wat gekregen van opa en oma. Wij gaan feestvieren zoals we dat altijd doen, alleen niet meer bij opa en oma. Het komt goed.” Het is lief dat ze het uitlegt, maar eerlijk gezegd vind ik het zonder opa en oma niet leuk. Thuis vieren heb ik al een paar keer meegemaakt, dat  liep op niets uit. En er was ook al geen bowl.

6 gedachten over “Sneeuw en oud en nieuw”

  1. Hier het jongste zusje. De ijsbloemen kan ik me goed herinneren, wat was dat mooi! Ook jouw verhaal is weer mooi geschreven Koos!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.