Oud en nieuw

opa en omaThuis oud en nieuw vieren  liep altijd op niets uit. We hadden geen muziek en heel weinig limonade. Er waren wel oliebollen, maar geen appelflappen. Dat was mijn moeder te veel werk maar ook te duur. En er was ook al geen bowl. Dus toen mijn opa en oma het te druk vonden worden, was ik teleurgesteld.

Maar in de tussentijd is er wel wat veranderd. Mijn vader en moeder zijn uit elkaar. Mijn moeder heeft het wel heel moeilijk gehad met de scheiding van mijn vader, ze is 17 jaar met hem getrouwd geweest.

Mijn moeder heeft een vriend, hij heet Mies hij komt uit Spanje, waar het altijd zomer is. Dat kan ik me niet voorstellen. Ik ben nog nooit op vakantie geweest. Mies heeft geholpen met het betalen van de boodschappen. Mies plaagt graag, maar hij is ook aardig. In het begin begrepen we elkaar nog niet, maar nu wel. Hij neemt het zelfs voor me op als ik problemen heb met mijn moeder.

We spelen graag kaartspelletjes, zoals ezelen. Je deelt een kaart aan iedereen die meedoet. Als je de laagste kaart hebt, verlies je en krijg je een streepje. Heb je vijf streepjes, dan ben je een ezel. Als je een boer hebt, doe je je pink en je duim op de tafel en balk je hard, net als een ezel. Dan ligt iedereen in een deuk omdat je dan vaak een vreemd gezicht erbij trekt.

Als het oud en nieuw is, haalt Cor ineens een platenspeler tevoorschijn.  Hij zet Vader Abraham op. Iedereen begint de polonaise lopen. Mijn moeder heeft kinderbowl gemaakt, het is heerlijk. Er zijn schalen met  toast, vis, salade, gevulde eieren, hamrolletjes  met augurk, oliebollen en appelflappen, te veel om op te noemen. Er wordt gefeest als nooit tevoren. Het is zelfs beter dan bij oma en opa, hoe lief ze ook zijn. Als de klok 12 uur slaat mag ik met Henk en Cor naar het vreugdevuur. Bij de kruising is van een enorme hoeveelheid kerstbomen een brandstapel gemaakt. De vlam is er net ingegaan, het vuur komt boven de daken uit. De hele kruising ziet zwart van de mensen, het lijkt wel of hele wijk staat te kijken. De brandweer houdt de ramen nat, zodat ze niet kunnen springen door de hitte. Er klinkt een harde knal vlakbij. Het is een voetzoeker. Dronken mannen gooien vuurwerk naar elkaar. Dat vind ik link, dus ga ik terug naar huis.

Mijn moeder kijkt vreemd op als ik binnenstap.

“Zo ben je nu al weer terug?”

“Ik vond het gevaarlijk worden en ik wil vroeg op om in de sneeuw spelen.”

Mijn moeder is alweer met de afwas bezig. Ik neem nog een oliebol en een appelflap en spoel het weg met een glas bowl.  De volgende ochtend ben ik vroeg op straat. Het is werkelijk uitgestorven. Ik ben op zoek naar vuurwerk en er ligt nog genoeg dat niet is afgestoken. Tassen vol zie ik liggen en voel me een echte geluksvogel. Ineens zie ik iets anders liggen. Het lijkt wel een knipportemonneetje. En verdraaid, ik heb gelijk, er zit 9 gulden 25 in. Nu ben ik rijk. Plotseling begint het sneeuwen, ik bedank Onze Lieve Heer. Even later vind ik weer een portemonnee met 4 gulden 50.  Nu heb ik genoeg geld om de komende weken snoep te kopen. Misschien dat alles toch nog goed komt.

Na deze oud en nieuw vieren we het voortaan ieder jaar thuis. Zelfs als we al lang het huis uit zijn en een eigen gezin hebben. We blijven komen tot mijn moeder er niet meer is. Tegenwoordig vieren we het vaak bij mijn zusje Henny en zwager Freek. We feesten,  dansen  en genieten van het eten, van groot tot klein. Als het 12 uur is toosten we op onze moeder. Hennie en Freek hebben de traditie voortgezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.