Opa

Als ik aanbel bij opa, doet oma open. Dat is vreemd, meestal doet opa open.

“Niet schrikken, opa is in het ziekenhuis. Hij had het erg benauwd.” Oma kijkt bezorgd. “Ik weet niet wat ik zonder hem moet doen.”
Ik krijg een naar gevoel in mijn buik. Bijna al mijn tantes zijn in de huiskamer, druk in gesprek over opa. Na een paar minuten houd ik het voor gezien. Ze praten allemaal door elkaar, maar mij zien ze niet. Maar goed ook, want niemand hoeft mijn tranen te zien of dat mijn lip trilt. Gauw wegwezen.

opa kookt

Terug thuis vertel ik ma wat er is gebeurd. Ze weet het al en legt precies uit wat er met opa aan de hand is.

Ik bid om te vragen of hij weer snel beter mag worden. Het lukt, want na een week mag opa naar de gewone zaal. Nu is hij vast snel weer thuis! Ik ga vaak naar oma om te horen hoe het met hem gaat. Lief als ze is, neemt ze me mee.

Het ziekenhuis is een groot doolhof. Er hangen allemaal bordjes, zodat je kunt zien waar je heen moet. Ik kan wel een paar letters lezen, maar niet die bordjes. Gelukkig weet oma de weg.

Oma geeft opa een kus, maar binnen twee tellen zijn ze weer aan het kibbelen. Ik sta nog bij de deur, ik durf niet goed de zaal op te lopen. Er hangt een vreemde sfeer. Ze zien me niet meer staan. Ik wil naar opa lopen, maar hij lijkt op een vreemde manier niet op mijn opa. Een van de mensen op de zaal ziet me wel: “Kom maar jongen, ga maar naar je opa toe.”

Maar ik wil weg, het voelt niet goed. “Dag opa en oma, ik ga naar huis.”

Ik draai me om en als ik nog even de zaal inkijk, zie ik dat ze niet reageren. Ze maken nog steeds ruzie. Op de gang voelt het alsof ik mijn opa al kwijt ben.

Ik hoop dat alles weer is zoals altijd, wanneer hij weer thuiskomt. Maar aan het einde van de week sterft opa, net de dag voordat hij naar huis mag. Iedereen huilt, behalve ik – ik kan niet meer huilen. Over een paar dagen wordt hij begraven. Ik mag dan niet mee; er is geen plaats voor mij. Maar het is wel mijn opa. Nu ben ik niet alleen verdrietig maar ook ontzettend boos op ma en mijn tantes. Mijn oma neem ik niets kwalijk, zij heeft teveel verdriet.

Als ik nog voor de begrafenis bij mijn oma kom, merk ik hoe sterk ze is.

“Heeft u geen verdriet?” vraag ik verbaasd.

“Natuurlijk jongen, ik ben mijn man en mijn maatje kwijt. Maar ik moet verder. Wil je met me mee om afscheid te nemen? Dan hoef ik niet alleen. Hij ligt opgebaard in de aula van het ziekenhuis.”

Eigenlijk mag ik dus alleen mee omdat oma gezelschap wil, maar ik neem er genoegen mee. Zo kan ik opa toch nog een keer zien en gedag zeggen. Ik ren snel naar huis. Gauw wassen en omkleden, want ik moet er wel netjes uitzien voor opa.

Als ik thuis ben, vraagt Cor of ik mee wil gaan zwemmen. Er is niets wat ik liever doe dan zwemmen.

“Ik moet naar oma. Maar het is toch ook niet netjes om te gaan zwemmen? Opa is net dood.”

“Hij wordt ook niet meer levend,” zegt Cor. “Wat denk je wat opa tegen je zou zeggen als hij er nu was?”

Ik denk aan opa en aan zijn zware bromstem. In gedachten hoor ik hem zeggen: “Ga lekker zwemmen!” We zijn het erover eens, dus dat gaan we dan ook doen nadat we afscheid hebben genomen van opa.

Met oma en Cor gaan we naar opa. De tantes huilen veel. Het is erg druk. Als ik bij de zaal kom waar opa ligt, durf ik niet naar binnen te gaan, want ik weet niet hoe hij eruit ziet. Dus blijf ik met veel twijfels bij de deuropening staan. Totdat oma komt en me een flinke duw geeft. Daardoor donder ik bijna bij opa in de kist! Ik schrik me een ongeluk. Gelukkig kan ome Nico me nog net tegenhouden. Ik moet er niet aan denken, het zou ook wel een beetje vol worden samen in één kist. Daar ligt mijn opa in zijn grijze pak. Het is net of hij slaapt. Ik voel dat opa er zelf niet meer is, alleen zijn lichaam ligt in de kist. Toch lijkt het alsof hij nog leeft. Ik zie zijn borst op en neer gaan, al weet ik dat dat niet kan.

Ik word op mijn schouder getikt, het is Cor. Hij wil zwemmen. Nog even heb ik twijfels of we er wel goed aan doen. Alsof hij mijn gedachte raadt, zegt hij: “Koos, zwemmen werkt goed tegen je verdriet.”

Daar krijgt hij gelijk in. Het verdriet is snel verdwenen als ik het water in ga. Alsof het samen met het water van me afglijdt.

Maar mijn opa mis ik nog steeds.

Deel deze pagina

12 gedachtes over “Opa”

  1. De tranen rolden over mijn wangen. Mooi gescheven. Het staat me nog zo bij 2de kerstdag overleed hij en oudjaarsdag werd hij begraven.

  2. Ook bij mijn staan er weer tranen in mijn ogen, zo kort ik opa mocht kennen, zo’n goede indruk hij al achterliet bij mij.
    Door jou verhaal komt er weer van alles naar boven van wat ik me nog kan herinneren. De liefde en warmte die hij alleen al uitstraalde zie je heel goed op de foto. Dat is met geen pen te beschrijven.
    Weer heel mooi geschreven Koos 😉

  3. Hoi Koos,

    Mooi geschreven Koos. En als de dag van gisteren weet ik nog goed dat Oma altijd zei: Man maak je niet zo druk je krijgt het nog aan je hart. Dus! ik dacht dat hij dood was gegaan aan zijn hart. Maar dat was niet zo, Opa is gestikt in zijn slaap. We keken altijd samen naar voetbal, schaatsen etc. Opa en Oma waren hele lieve mensen. Het was een hele bijzondere tijd en ik ben blij dat ik het mee heb mogen maken.

  4. Ik kan mij de dag nog herinneren dat ze opa kwamen ophalen, was helaas de laatste keer dat ik hem zag. Weer mooi geschreven Koos. Thanks!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.