Naar de kleuterschool

Ik ben met mijn moeder onderweg naar de kleuterschool. Ik moet stevig doorlopen, anders komen we te laat. Ze heeft nog veel werk thuis liggen. Als we aankomen zijn we echter te vroeg.

Opeens gaan de deuren open en iedereen wil tegelijk naar binnen. Mijn moeder heeft daar een schurft aan en wacht tot ze allemaal binnen zijn. Er komt een dame op ons af en geeft mijn moeder een hand: “Goedemorgen mevrouw Vervoort.”

Dan gaan wij het kantoor binnen en ik krijg nog een aai over mijn bol. Ik hoor een hoop huilende kinderen op de gang. De juffrouw gaat er op af. Mijn moeder komt naar me toe en zegt: “Jij gaat niet janken hoor, anders krijg je een reden om te janken.”

Ik begrijp niet waarom ze dat tegen me zegt. Ik heb nergens last van, bahalve dat ik hier alleen zo lang moet blijven staan. Er komt nog een juffrouw binnen en die neemt me mee. Uit de klas komt geschreeuw en ook achter me op de gang. Dat voelt onveilig. Ik hoor mijn moeder nog even nagalmen: denk erom als je gaat huilen, dus slik ik het maar gauw in.

Achter in de gang gaan we een klaslokaal binnen. Ik zie allemaal vreemde kinderen. De juffrouw legt de regels uit en dan mogen we gaan spelen. Ik blijf toch maar liever zitten. Het speelgoed is niet van mij. Stel je voor dat het kapot gaat, dan kom ik in de problemen met mijn moeder. De juf ziet het, ze pakt mijn hand en zet me tussen het speelgoed. Nog nooit heb ik zoveel speelgoed bij elkaar gezien, de verleiding is te groot om er vanaf te blijven. Ik ga er helemaal in op. Dan pakt een meisje met een ruk het speelgoed uit mijn handen. Ik ben onmiddellijk weer op de bewoonde wereld. De juffrouw ziet het en zij pakt het van het meisje af. Die zet het op een brullen. Laat maar gaan, denk ik, verder spelen. Maar het is pauze en we gaan naar buiten waar grote karren staan en kruiwagens en ook twee grote skelters, waar je in kan zitten. Niemand wil in de skelter, die kans laat ik me niet voorbij gaan. Ik heb het nog nooit zo naar mijn zin gehad! Toch voel ik me vreemd als ik aan thuis en mijn moeder denk, die hard aan het werk is, waarschijnlijk met de was van vijf kinderen op een wasbord. Maar aan de andere kant heeft mijn moeder me zelf hier gebracht. Dus verstand op nul en verder spelen. Als de pauze om is, gaan we weer de klas in. Ieder kind krijgt melk behalve ik. Sommige kinderen hebben ook fruit. Ik heb nog niet eens een boterham. Niet kijken, denk ik en verlies me in het speelgoed, totdat het meisje het weer uit mijn handen rukt. Ik pak het dit keer gewoon terug. Ze begint te brullen alsof ik haar geslagen heb. De juf komt op het gebrul af en vraagt wat er is gebeurd. Ik vertel het, maar het meisje zet het op een liegen. Ik pak maar weer wat anders, ondanks ik er zo lekker mee aan het spelen was. Ineens wil ze dat ook afpakken, maar dit keer ziet de juf het. Eindelijk weet ze nu dat ik de waarheid sprak. Ze pakt het speelgoed af en geeft het aan me terug. Ik kijk om me heen en er is zoveel speelgoed, ik haal mijn schouders op en pak wat anders. De juf vindt het lief en daar moet ik van blozen. Na een paar weken word ik met rust gelaten. Er zijn ouders die vinden dat hun kinderen niet met mij moeten spelen, want ik ben een asociale. Ik weet niet wat dat betekent en het maakt me niet uit of ik met of zonder klasgenoten speel.

Het doet wel wat met me dat ik geen melk en eten krijg. Ook de juf is het niet ontgaan en ze vraagt waarom ik geen eten bij me heb. Ik zeg maar dat ik het niet weet. Mijn moeder moet er voor op school komen. Ze heeft er flink de pest over in, er zijn natuurlijk al twee broers voorgegaan.

Tussen de middag is er vaak ook geen eten. Ik raak eraan gewend en soms heb ik geluk bij opa en oma, maar ook niet altijd. Het beste is slapen, dan voel je niets en heb je nergens last van. Dus lig ik graag op bed en het liefst alleen, ondanks dat het spookt op zolder. Soms voel ik de aanwezigheid van een spook heel sterk en wil ik zo snel als het kan naar beneden. Dan kruip ik stiekem in het bed van vader en moeder, aan het voeteinde, maar wel aan moeders kant. Vader trapt ons eruit als hij ons aan zijn voeten voelt. Gelukkig word ik ouder en steeds minder bang. Op school wil niemand met me spelen, maar het ergste vind ik om toe te kijken hoe iedereen melk drinkt en brood of fruit eet. Ik hoop dat ik gauw groot word dat ik kan gaan werken. Maar dat duurt nog jaren, zo oud ga ik vast niet worden, want eerst moet ik nog naar de grote school en dan moet ik nog naar een hele grote school. Het liefst lig ik toch op mijn bed, spook of niet.    

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.