Naar de kleuterschool

Ik ben met mijn moeder onderweg naar de kleuterschool. Als de deuren opengaan wil iedereen tegelijk naar binnen. Mijn moeder wacht tot ze allemaal binnen zijn. Er komt een dame op ons af en geeft mijn moeder een hand en ik krijg nog een aai over mijn bol. Ik hoor een hoop huilende kinderen op de gang. De juffrouw gaat eropaf. Mijn moeder zegt: “Jij gaat niet janken hoor, anders krijg je een reden om te janken.”

Er komt nog een juffrouw binnen en die neemt me mee. Uit de klas komt geschreeuw, dat voelt onveilig, maar de woorden van mijn moeder galmen nog na, dus slik ik mijn tranen maar gauw in.

Achter in de gang gaan we een klaslokaal binnen met allemaal vreemde kinderen. De juffrouw legt de regels uit en dan mogen we gaan spelen. Ik blijf toch maar liever zitten. Het speelgoed is niet van mij. Stel je voor dat het kapot gaat, dan kom ik in de problemen met mijn moeder. Maar de juf pakt mijn hand en zet me tussen het speelgoed.

Nog nooit heb ik zoveel speelgoed bij elkaar gezien, de verleiding is te groot om er vanaf te blijven. Ik ga er helemaal in op. Dan pakt een meisje met een ruk het speelgoed uit mijn handen. Ik ben onmiddellijk weer op de bewoonde wereld. De juffrouw ziet het en pakt het van het meisje af.

Na de pauze krijgen alle kinderen melk, behalve ik. Sommige kinderen hebben ook fruit. Ik heb nog niet eens een boterham. Niet kijken, denk ik en verlies me in het speelgoed, totdat het meisje het weer uit mijn handen rukt. Ik pak het dit keer gewoon terug. Na een paar weken word ik met rust gelaten. Ik zit altijd alleen en als ik bij een groepje ga staan, gaan ze ergens anders staan. Er zijn ouders die vinden dat hun kinderen niet met mij moeten spelen, want ik ben een asociale.

Het is de juf niet ontgaan dat ik geen melk en eten krijg. Mijn moeder moet ervoor op school komen, maar dat verandert niets. Soms is er schoolmelk over en dan krijg ik die. Het is heerlijk en stilt de honger een beetje. Als er weer een keer melk over is, steken ineens twee andere kinderen ook hun hand op. Er wordt geloot en ik verlies. Maar de jongen die de melk won, drinkt het niet op.

“Zo nu heeft hij het lekker niet. Ik heb een hekel aan bedelaars.” Hij geeft de melk aan zijn vriend en kijkt lachend mijn kant op. Niemand zegt er wat van, ook de juf niet. Nooit zal ik nog een keer mijn hand opsteken.

Tussen de middag is er vaak ook thuis geen eten. Ik raak eraan gewend en soms heb ik geluk bij opa en oma, maar ook niet altijd. Het beste is slapen, dan voel je niets en heb je nergens last van. Dus lig ik graag op bed en het liefst alleen, ondanks dat het spookt op zolder. Soms voel ik de aanwezigheid van een spook heel sterk en wil ik zo snel als het kan naar beneden. Dan kruip ik stiekem in het bed van vader en moeder, aan het voeteinde. Maar wel aan moeders kant, want vader trapt ons eruit als hij ons aan zijn voeten voelt.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.