Naar de grote stad

bij oma pakkie deftig

 

De kinderbijslag is binnen. Nu wordt het spannend: krijgen we kleren of niet? Het meeste geld gaat op aan schulden, die mijn moeder iedere keer moet maken om ons eten te geven. Hoe we weten dat het geld er is? Als mijn broers of ik geld meekrijgen om gemaakte schulden af te lossen, dan weten we: ma heeft de kinderbijslag binnen. En ja, ik moet weer kleren kopen met mijn moeder. Dat wordt dus een wollen maillot, wollen broek, flanellen blouse en basketbalschoenen – de goedkoopste. Ik baal altijd: kleren op de groei, duurzaam en kriebelend! Ze zijn ook nog ronduit lelijk.

Henk vraagt ineens aan me: “Waarom ga je niet met Ina en mij naar Rotterdam om kleren te kopen?” Hoe komt hij op het idee!

“Ik krijg ma vast niet zover dat ik mee mag.”

“Ik ga je helpen”, zegt Henk.

“Hoe dan?”

“Eerst gaan we met Ina praten.”

Ina ze is onze grote nicht, ma mag haar graag. De volgende dag komt Ina op de koffie. Mijn moeder is net even de was aan het doen. Ina maakt meteen een afspraak om samen met Henk naar Rotterdam te gaan. Snel maak ik van de gelegenheid gebruik.

“Ina, mag ik óók met je mee kleren kopen?”

In eerste instantie reageert ze wat voorzichtig. Twee jongetjes in Rotterdam, dat kan link worden, we zijn per slot van rekening geen lieverdjes. Ina weet uit ervaring hoe we kunnen zijn. Henk springt in de bres en krijgt haar zover dat ik mee mag. Geweldig, ik voel mijn hart kloppen van opwinding. Nou mijn moeder nog! Gesterkt door deze overwinning trek ik de stoute schoenen aan.

Terwijl Ina en mijn moeder koffie drinken, besluit ik mijn moeder te confronteren: “Ma, ik wil ook kleren kopen met Ina.”

“Nee, jij gaat met mij mee, je broer met Ina.”

“Nee, ik wil niet met jou kleren kopen, die ouderwetse rotzooi.”

“Maar het gaat lang mee”, snauwt ze.

Ina en Henk schieten in de lach, Ina lacht zo hard dat ze zich verslikt in de koffie.

“Ik wil ook mooie kleren, net als Henk.” Ik voel dat ik dit ga winnen. Henk voert de druk nog meer op. Uiteindelijk geeft ze zich gewonnen.

“Gaan jullie nog samenzweren ook?” Ma kijkt verbaasd: die twee kleine jongens, die meer vechten dan vriendjes zijn. Ze ziet er moe uit, dat is ze altijd, maar ze weet ook dat dit gevecht niet meer te winnen is.

Henk en ik voelen ons overwinnaars, we lachen naar elkaar. Ina heeft alles gevolgd.

“Stelletje tuig, om je moeder zo in de tang te nemen.” Ze zegt het lachend, maar waarschuwt ons ook om vooral niet weg te lopen of kattekwaad uit te halen. “Ja Ina”, zeggen we in koor.

Nog twee dagen maar het duurt een eeuwigheid. Ik kan niet slapen van de spanning. Op school droom ik steeds weg maar dat valt toch niet op, achter in de klas.

Ik ben vroeg wakker, eerder dan normaal. In een mum van tijd heb ik me gewassen en aangekleed. We kijken steeds naar de klok. Ina is laat, ik voel een steen in mijn maag.

“Ze komt toch wel hè, ma?” Ma zucht van irritatie, ze heeft genoeg van onze vragen en ongeduld.

Als Ina eindelijk aanbelt, staan wij al klaar.

We moeten naar het centrum van Schiedam lopen, dat is voor onze kleine benen best ver. Met lijn 8 gaan we naar Rotterdam.  Bij het Marconiplein stappen er veel mensen in. Er zijn ook veel mensen op straat.  Tegen de tijd dat we bij Termeulen zijn is de tram propvol. Ina praat veel en doet druk, volgens mij is ze bang om ons kwijt te raken. De mensen in de tram zijn aardig, ze knipogen naar Henk en mij: twee kleine jongens in de tram op weg naar de grote stad.

Zodra we uitstappen neemt Ina ons allebei bij de hand. Ze heeft een ijzeren greep. Ik ruik allerlei geuren: van worst, brood, cake en koffie. Ik kan het bijna proeven, zo lekker.

“We gaan eerst kleren kopen en als er geld over is wat lekkers.” Ina raadt onze gedachten. Alle indrukken van mensen en gebouwen maken mij opgewonden. Voor het eerst van mijn leven zie ik een roltrap in Termeulen. Kermis in een warenhuis, dit is tovenarij! Henk vindt het geweldig en trekt ons meteen naar de roltrap toe. Dit moeten we proberen, we gaan wel zes keer op en neer. Dit kan ik de hele dag wel doen. Maar we komen voor de kleren. Ina wijst ons aan waar we kleren vinden in onze eigen maat. Ina is geweldig: we mogen zelf kiezen en zij let erop dat het niet te duur is. Ik heb zoveel nieuwe kleren én het past bij elkaar, het is modern en ik heb zelfs een geweldig nieuw zondags pak! Zelfs nieuwe schoenen kunnen er vanaf, echte leren! Ik voel me rijk. Voor het eerst in mijn leven heb ik normale nieuwe kleren.

We hebben uren gewinkeld, maar willen echt álle winkels zien in de stad. Ina is moe, haar voeten doen zeer.

“Ik ben echt verbaasd hoe goed jullie hebben geluisterd”, zegt Ina op de terugweg. Daar zijn we blij om, want dat betekent dat we de volgende keer weer mee mogen. Tot slot kopen we bij de Hema een halve worst. Onze dag kan niet meer stuk. Eenmaal thuis houden Henk en ik een echte modeshow voor mijn moeder. Ze lacht en vindt onze kleren prachtig.

“Ja, Ina is hier erg goed in, ik heb er geen geduld voor”,  zegt ze. We zijn allang blij met de nieuwe kleren.

9 gedachten over “Naar de grote stad”

  1. Hallo Koos,

    Ik heb nu alle verhalen van je gelezen. Veel daarvan was ik al vergeten en door jou mooie manier van schrijven kwamen de herinneringen weer terug. Wat een bijzondere tijd en gebeurtenissen hebben we toch meegemaakt. Als je ouder wordt begin je steeds meer te beseffen hoe bijzonder onze jeugd is geweest. Natuurlijk was er de ellende van de armoede en de drank die onze vader in zijn greep had.
    Maar buiten dat, zou ik het voor geen goud gemist willen hebben. Bedankt, en nog eens bedankt voor alle mooie verhalen tot nu toe. En ga er vooral mee door. Het is een waar genoegen om zo af en toe terug in de tijd te kunnen gaan.
    afzender: Henkie…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.