Mijn moeder

Het is avond als ik besluit om toch nog even naar mijn moeder te gaan.

Als ik aanbel gaat de deur al meteen open. Mijn moeder vraagt: “Wil jij even snel naar de overkant lopen en een pakje tabak voor me halen met vloei, snel voor er iemand aders komt!”

Enigszins verrast pak ik het geld aan en ga naar snackbar aan de overkant. Binnen drie minuten sta ik voor haar met een pakje tabak. Snel grist ze het uit mijn handen en gaat naar de plaats. Ze draait een shaggie, steekt hem op en neemt een paar flinke halen.

“Hè hè eindelijk!”

“Waar bent u mee bezig?”

“Die zeikerds willen dat ik stop met roken en ik heb het beloofd.”

“Wat doet u uzelf toch allemaal aan?”

“Je weet hoe ze zijn, als je geen tabak voor me gehaald had, had ik het zelf gedaan of ik had even naar de overkant gebeld. Geef me eens een pepermuntje van je.”

Ik geef haar een pepermuntje, maar hier klopt iets niet.

“Ik weet niet wat u hebt afgesproken, maar bent u daar niet een beetje te oud voor?”

“Ik heb het zo benauwd, daarom moet ik ermee stoppen, anders moet ik aan de zuurstof.”

“U weet toch zelf dat het slecht voor u is, daar heeft u een ander niet voor nodig. En nu maakt u mij nog medeplichtig aan uw gedrag.”

Elke keer dat ik nu bij mijn moeder kom, moet ik tabak halen of ze wil een paar shaggies voor later in de nacht. Ik vertel haar dat ze alleen zichzelf er mee heeft.

“Wat u doet is een kaartje aan uw grote teen.”

Maar ze kan er niet mee stoppen. Op een avond belt mijn zus: mijn moeder is opgenomen in het ziekenhuis.

“Wat hebben wij hebben een eigenwijze moeder zeg, ik wilde de dokter voor haar bellen maar dat wilde ze niet, omdat het zo laat was. Naar mate de tijd verstreek werd het steeds erger, toen heb ik gewoon de dokter erbij gehaald. Na een half uur was ze er pas. Die gaf mij de opdracht gelijk met haar naar het ziekhuis te gaan. Eerst stribbelde ze tegen. Maar van de dokter kon ze niet winnen.

Na een uur waren we eindelijk in het ziekenhuis op de spoedeisende hulp. Ze werd direct opgehaald, kreeg een pufje en knapte daar meteen van op. Toen wilde ze naar huis, maar ze moest van de arts blijven. Eerst wilde ze niet. Toen ben ik zo boos op haar geworden en heb gezegd dat ik haar niet meer help als ze het weer benauwd krijgt. Eindelijk gaf ze het op en is ze naar de longafdeling gegaan. Ze ligt op de derde etage op de 4de kamer, het bezoekuur is van twee tot half drie en van vijf tot zes. O ja Koos wil jij alsjeblieft geen tabak meer aan haar geven, ik ben ook naar de snackbar geweest om het daar te vragen.”

Na een paar dagen is mijn moeder weer thuis. Als ik weer langs kom wil ze een shaggie van mij hebben. Ik laat haar weten dat ik daar niet aan meewerk. Als ik bij een neef kom die een paar deuren verder woont, krijg ik te horen dat mijn moeder bij hun heeft zitten paffen. Even ben ik boos, het is haar eigen keus, die kan ik niet voor haar maken. Op een avond kom ik weer bij haar langs en ziet ze er helemaal grauw uit. Ik pak de telefoon en ze begin piepend te roepen dat ze dat niet wil. Na een paar minuten staat de dokter voor de deur.

Weer krijgt ze een pufje en knapt zienderogen op. Fluisterend zegt ze dat ze weer naar huis kan en niet in het ziekenhuis wil blijven. Ik laat haar meteen weten dat het zo bij mij niet werkt: “Je wacht maar af wat de dokter zegt, die maakt het uit en niet u.”

Ze moet weer blijven, dit keer duurt het twee weken voor ze weer thuis is. Niemand rookt nog in het bijzijn van mijn moeder. Toch kan ze het niet laten, ze krijgt het weer benauwd en  als deze keer de dokter er weer bijkomt, laat ze met spoed een ziekenauto komen. Nog voor ze met mijn moeder op een brancard de gang uitrijden, valt haar hart stil. Het duurt één uur met reanimeren voor ze stabiel is. Ik schrik als ik het allemaal hoor van mijn zus Lenie.

Toch komt ze er weer bovenop. Maar nu zit ze aan de zuurstof en kan niet meer zonder. Eindelijk rookt ze niet meer, maar het is mosterd na de maaltijd. Normaal slaapt ze boven, maar ze haalt het niet meer, nu slaapt ze in de woonkamer.

Als het jaar wisselt komen wij altijd samen, maar nu zal alles anders zijn. Ze wil van geen wijken weten en is zelfs zwaar gepikeerd als ze hoort dat wij de jaarwisseling niet willen vieren om haar te sparen. Als wij oud en nieuw gaan vieren weet iedereen dat het wel eens de laatste keer met onze moeder kan zijn. Toch willen wij het wat rustiger aan doen. Ze ontploft bijna, dan gaan we maar van acquit en zien wel wat het wordt. Het is als van ouds en na 12 uur brengen we haar naar boven.

Iedereen is er zich van bewust dat ze langzaam achteruit blijft gaan. Het wordt steeds zwaarder om haar naar lucht te zien snakken. Ze zegt ook dat ze het erg benauwd heeft. Ik heb er niet alleen verdriet van, maar voel me ook machteloos; ik kan niets voor haar doen. Soms is ze even goed en praten wij over vroeger, hoe wij gelachen hebben met mijn tweede vader Michael, wij noemden hem Mies. Ik plaagde hem omdat hij op Crimson lijkt. Natuurlijk is dat een beetje overdreven, maar het pas zo goed bij hem. Wij komen dan echt niet meer bij van het lachen. Iedereen krijgt bij ons altijd een bijnaam. Ook mij moeder moet er altijd om lachen. Zij noemt hem weer ouwe zemelaar zoals in het tv-programma van de familie Knots. Nu zit hij in Valencia in Spanje, waar hij geboren is en geniet van zijn verdiende pensioen. Elk halfjaar komt hij naar mijn moeder en zorgt met alle liefde voor haar. Het geeft ons lucht dat er iemand bij haar is en wij zijn blij dat we hem weer zien.

Soms spelen we dan een kaartspel: klaverjassen, rummikub of schoppenvrouwen. Mijn vader komt ook bij mijn moeder langs met zijn vriendin Nel, zij kaarten ook graag. We hebben heel moeilijke tijden gehad van armoe, maar ook van intens geluk. Ik zou het voor geen goud willen missen.

4 gedachten over “Mijn moeder”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.