Hartzeer

Na twee dagen  staat Izabel weer voor de deur. Ik laat haar weer binnen. Ze vraagt:

“Ik zit zonder geld en moet een uitkering aanvragen bij de sociale dienst. Weet jij hoe ik dat moet doen?“

“Gewoon. Bij de sociale dienst een uitkering aanvragen.”

“Je snapt me niet, ik woon weer in Rotterdam bij mijn moeder.”

“Dan zeg je wat er tussen ons is gebeurd  en schrijf je jezelf eerst in bij het woonbureau.”

“Bedankt Koos, maar ik kom niet in Schiedam wonen.”

“Dat moet je er niet bij vertellen, dan krijg je niets. Als je je inschrijft heb je in ieder geval wat.”

Ze bedankt me en gaat met een glimlach op haar gezicht weg.

Na twee dagen moet ik mezelf melden bij de sociale dienst. De consulent vertelt dat Izabel me daar zwart heeft lopen maken. Ik zou haar slaan en bedreigen. Dat komt hard aan, ik kan mijn oren niet geloven. Ik mag geen contact meer met haar zoeken anders volgen er straffen en word ik op mijn  uitkering gekort.  Ik sta op en loop weg.

“Jij wordt zo gebeld!” zeg ik tegen hem.

Met vreemde ogen kijkt hij me aan. Ik ga naar een vriend van me en die is sociaal werker. Ik hoor het hem nog zeggen:

”Als je hulp nodig hebt met de soos of zo, kom maar gelijk naar me toe, ik help je wel.“

Ik vertel alles wat er gebeurd is. Direct belt hij de directeur van de sociale dienst en vertelt mijn verhaal. Ik moet direct naar de sociale dienst om te komen praten. Na een uur sta ik weer buiten.

Izabel heeft me zwart gemaakt om zo een uitkering te krijgen. En die heeft ze nu ten koste van mij. Ik krijg minder omdat we niet meer met zijn tweeën zijn en bovendien zit ik nu met een veel te duur huurhuis opgescheept. Door haar gedrag gelooft die gozer mij niet en wil hij me niet meer helpen.

 

Nog steeds kan ik niet eten, ik wil haar terug, ondanks alles wat er gebeurd is. Na drie weken gaat de deurbel. Zou het Izabel zijn? Maar het is Richard.

“Wat ben jij aan het doen man? Je ziet er slecht uit, je lijkt wel een zombie. Wat is er met jou aan de hand?”

Ik vertel hem wat er is gebeurd.

“Goed gehandeld, maar rot dat het zo is gelopen. Kom met mij mee! Ik woon sinds kort twee straten verderop.”

Ik probeer eronderuit te komen, maar dat lukt niet. Als we bij hem thuis komen doet Louise, zijn vrouw, open. Ze maakt een paar frikandellen klaar:

“Opeten! Je ziet er niet uit.“

Met veel moeite eet ik de frikandellen op. Na twee uur ga ik weer naar huis. Na een week besluit ik om toch maar weer eens langs te gaan bij mijn moeder. Ik krijg er meteen van langs omdat ze me een maand niet meer heeft gezien. Ik vertel ook mijn moeder wat er is gebeurd.

“Je bent te hard voor jezelf. Maar dit keer heb je er goed aan gedaan. Je eet toch zeker wel mee?”

Ik stem toe en ga op de bank zitten. Naar mijn moeder terug kan ik niet meer. Dat heeft ze me laten weten: mijn broers zien het niet zitten. Met zijn allen op één kamer geeft spanningen. Nu willen ze de kamer niet meer met mij delen. Ik voel me in de steek gelaten. Het vertrouwen dat ik vroeger had ben ik kwijt en ik voel me echt niet meer welkom. Ik ben terug bij af. Als we gegeten hebben, ga ik terug naar mijn lege huis.

Mijn vrienden vonden altijd al dat ik zielig uit mijn ogen keek; ze zeiden dat ik puppy-ogen had. Dat werd alleen maar erger.

hartzeer

Elke keer moet ik aan Izabel denken en wat er allemaal is gebeurd. Maar ook aan de huur die ik steeds moet opbrengen. Ik loop nu een maand achter. Ik ben al met uitzetting bedreigd.  Eerst ga mezelf inschrijven bij het woningbureau, de wachtlijst is nog langer dan 3 jaar geworden. Ten einde raad neem ik contact op met de sociale dienst. Tot mijn grote verbazing word ik meteen geholpen. Ze gaan voor me bemiddelen om zo snel mogelijk aan een goedkopere woning te komen. Het duurt maar twee weken en ik krijg de kans op een woning. Het enige  probleem is dat ik tweeduizend gulden voor overname moet betalen. Dat heb ik natuurlijk niet.

Even later neemt de sociale dienst weer contact met me op. Er is een man die mijn huis wel wil hebben, hij is bereid om zijn huis voor niets te ruilen. Terwijl hij het net heeft verbouwd! Ik ga langs om bij hem thuis te kijken. Ik word er meteen verliefd op. Het was niets echt iets bijzonders: een verlaagd plafond onder de trap, een badkamertje met een ligbad en een vrij grote keuken. Maar het voelt eindelijk als mijn huis. Onder de trap hangen twee schilderijen met gips, het zijn de sterrenbeelden leeuw en tweeling. Het huis straalt warmte uit en de eenzaamheid valt daarmee grotendeels weg.

Na een maand kan ik erin. De huur is 17,50 gulden per maand, niemand die het gelooft. Nu heb ik niet veel geld, maar die huur kan ik altijd betalen!

Een gedachte over “Hartzeer”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.