Edith en ik

Tussen mij en Edith gaat het steeds beter. Als ze weer eens bij mij is zegt ze: “Het spijt me, maar ik kom niet bij jou wonen. Dus moet jij maar bij mij komen wonen.” Ze vindt het huis en de omgeving deprimerend.

Ik ben even overdonderd, maar ik besluit om bij Edith in te trekken. Een paar maanden later staan we samen de afwas te doen.

“Weet je nog dat je me jaren geleden een huwelijksaanzoek deed?” begint Edith, “Ik weigerde, want dat vond ik wat snel na drie maanden. Je zei toen dat ik het moest vragen als ik er klaar voor was, nou hier komt het! Ik ben het hokken zat, zullen we trouwen?”

Ik ben helemaal verbouwereerd. Dan schiet ik in de lach: “Pak de fiets en spring maar achterop, dan gaan we nu naar het stadhuis om aan te tekenen.”

Ze schiet nu zelf in de lach en vraagt of ik het wel meen. Ik kus haar, natuurlijk wil ik met haar trouwen.

Edith zoekt alles uit, omdat ik mezelf te dom vind om dat te doen. Dat rot-Nederlands. Ik doe alsof ik er geen zin in heb, maar ik ga wel zo veel mogelijk met haar mee. In april gaan we in ondertrouw. De ambtenaar maakt ons duidelijk dat de wachttijden in Rotterdam lang zijn: “Wanneer willen jullie trouwen?”

“In augustus.” We houden van mooi weer, maar zo snel lukt dat niet in Rotterdam. Geen probleem, dan trouwen we in Schiedam. Op een of andere manier hebben vertrouwen in de goede afloop.

Edith weet een trouwwinkel in de buurt. Hand in hand lopen we ernaartoe. Terwijl we oversteken zien we hoe iemand een trouwjurk in de etalage hangt.

“Die wil ik hebben, dat is de jurk waar ik in wil trouwen!” Zo enthousiast heb ik Edith zelden gezien.

Eenmaal binnen vertelt de eigenaar dat de jurk te huur is. Hij kijkt naar Edith, die helemaal verlekkerd naar de jurk staart: crème zijde met rozen rond de hals, een strak lijf en een wijde rok.

“Voor jou laat ik hem hangen. Je bent de eerste die de jurk draagt. Wil je hem passen?”

Edith lacht en knikt.

“Mag hij erbij blijven? Want zo hoort het niet,” zegt de verkoper.

“Hij moet erbij blijven want ik wil weten wat hij ervan vindt,” antwoordt ze.

De jurk staat haar prachtig en aan tradities doen we niet. Dezelfde week maken we in Schiedam een afspraak. De ambtenaar op het Stadskantoor vertelt dat het best prijzig is. Tussen neus en lippen vragen we of er nog gratis getrouwd kan worden, we voelen ons armoedzaaiers. Zonder blikken of blozen zegt hij: “Ja, iedere vrijdagochtend.”

Het wordt vrijdag 3 augustus om 9.00 uur.

De maanden daarna lijkt het wel alsof alles van toeval aan elkaar zit. We lopen de beheerder van een bewonersvereniging tegen het lijf in de supermarkt. Hij biedt ons de feestzaal aan tegen een prikkie, omdat Edith in het verleden veel voor de vereniging heeft gedaan. De bakker staat op het punt om met pensioen te gaan, maar is bereid om nog een keer een bruiloftstaart te maken. Een jongen uit de kerk biedt aan om foto’s te maken. De broer van Edith geeft ons de uitnodigingen cadeau, hij werkt als graficus bij een drukkerij. Mijn zwager heeft net een nieuwe Mercedes en wil chauffeur zijn.

Op een avond zegt Edith: “Ik wil ook voor de kerk trouwen.”

Ik vind het prima. We nemen contact op met de voorganger van de gemeente. Het blijkt dat hij dan precies op vakantie is, maar voor ons zal hij een dag terugkomen. De corsages krijgen we van een vriend en ga zo maar door. We dachten dat we niet genoeg geld zouden hebben, maar zo houden we geld over. Dat steken we in het feest. Ma vindt dat er bruidskinderen bij horen te zijn. Met de hulp van een goede naaister lukt het allemaal net.

De week voor het feest heb ik nog geen pak. Er gaat van alles door mijn hoofd, maar ik vertel Edith niets. Ze wordt boos als ze erachter komt en uiteindelijk ga ik met haar mee naar Rotterdam. Alsof het zo moet zijn, vinden we bij de eerste de beste herenzaak een prachtig pak. Het staat me echt goed.

De dag voor de trouwerij heb ik veel om over na te denken: gaan we dan toch trouwen? Laat ze me niet staan voor het altaar? Van de spanning kan ik niet slapen. Die ochtend ga ik stijf van de stress Edith ophalen. Hoewel ik haar al in de jurk heb gezien, ziet ze er nu nog mooier uit.

Het is wel 27 graden. Wat ben ik blij dat we vroeg trouwen. Alles gaat in een waas voorbij. Daarna foto’s maken bij de Euromast. In de kerk lijkt het nog warmer. Het wordt een dienst van drie uur. De voorganger is op dreef en naast me valt Edith regelmatig in slaap. Ook zij heeft niet geslapen en de warmte doet de rest. Eindelijk staan we op het podium waar we een slok wijn uit een beker krijgen. Ik heb van de zenuwen niet kunnen ontbijten en de wijn brandt een gat in mijn keel. Als ik vanaf het podium kijk naar de familie, moet ik lachen. Door de warmte vallen sommigen in slaap en de bruidskinderen worden baldadig. De zoen maakt het uiteindelijk allemaal de moeite waard. Als we bij ma komen heeft ze een grote verrassing: “Ik heb geen geld voor een cadeau, daarom heb ik een broodmaaltijd en iedereen kan mee-eten.”

Dat heb ik altijd geweldig aan ma gevonden. Hoe arm ze ook is, ze geeft met heel haar hart. Edith slaat haar armen om ma en kust haar. ‘s Avonds hebben we een knalfuif met muziek, lekker eten en drinken. Edith en ik zijn getrouwd.

Ondanks dat het feest tot diep in de nacht is doorgegaan, zijn we vroeg wakker. Een huwelijksreis naar een tropisch oord zit er niet in.

“Toch wil ik iets leuks doen!” zeg ik.

“Zullen we naar de camping gaan?” vraagt Edith.

Mijn mond valt open: “Weet je dat wel zeker?” Edith had het nooit zo erg naar haar zin op de camping.

Edith lacht: “Zo erg vind ik het nu ook weer niet, het is fijn als we samen alleen zijn.”

We pakken onze spullen in en gaan met de trein naar Oisterwijk. Eindelijk in de caravan, ploffen we neer en kijken elkaar aan.

“Ik heb jeuk op mijn hoofd,” Edith heeft haarextensions laten zetten voor de trouwerij. Door de warmte en de haarlak wil ze lekker kunnen krabben door haar krullen.

Even later zit ik op de bank met een nagelschaartje de extensions los te knippen. Wat een werk, maar ik houd van haar. Zij zit op de grond en wacht geduldig tot ik klaar ben. Even later kijkt ze in spiegel: “Jeetje mijn kapsel is ontploft, er is niets meer van over! Dit doe ik nooit meer.”

Ik schiet in de lach en na een wasbeurt heeft ze haar mooie krullen weer terug.

Ineens rent ze naar de wc. Alle stress komt eruit met het ontbijt. Daar zit ze dan, ziek op de bank. Wat een leuk begin. Toch heb ik bewondering voor haar en hoe ze alles geregeld heeft.

Dan herinner ik me hoe ik haar een paar jaar geleden weg zag fietsen. Het liefste rende ik achter haar aan om haar weer terug te halen. En nu ben ik met haar getrouwd.

Niet dat ik nu zeker ben van mijn zaak; getrouwd zijn wil niet zeggen dat er niets meer kan gebeuren. Ik doe een schietgebedje. De volgende dag is Edith weer helemaal in orde en krijgt ze ontbijt op bed.

We stippelen ons wittebroodsdagen uit. Een van onze favoriete uitjes is de Efteling. Daar voelen wij ons weer even kind, vooral in de droomvlucht en de Fata Morgana.

Voldaan reizen we terug naar de camping. Morgen een wandeling op de Campinaheide. Men zegt dat je daar zonder een wandelkaart verdwaalt en er niet meer uitkomt.

“Onzin,” zeg ik tegen Edith. “Ik kom overal uit.”

De andere dag vertrekken we zonder eten of drinken mee te nemen. Edith is niet helemaal zeker van mij en laat het merken ook. Na twee uur wandelen staan we in het midden van de hei. Edith wordt onrustig. Ik probeer haar op haar gemak te stellen. “Kom, we moeten hier rechtsaf slaan.”

Maar Edith gelooft me niet. Er komt een hardloper aan. Edith vraagt waar ze is en waar ze naar toe moet. De man vraagt of wij een kaart bij ons hebben.

“Nee, die hebben we niet.”

“Dan ben je hopeloos verloren!” roept de man al rennend.

Edith wil niet rechtsaf slaan maar rechtdoor lopen. Ik sla rechtsaf en opeens ruik ik een bekende lucht. Ik ruik water en het enige wat zo ruikt is de Belversven. Edith begint haar geduld met mij te verliezen en gelooft er geen woord van. Ik loop vooruit en na een paar keer afslaan sta ik op mijn visplek. Mijn eigen straat weet ik soms niet te vinden, maar in de natuur kan ik nooit verdwalen.

12 gedachten over “Edith en ik”

  1. Koos,
    Weer als gewoonlijk meesterlijk geschreven.
    Vroeger vertelde je de mooiste verhalen en nu schrijf je ze.
    En wat gaat de tijd snel….
    Best wel bijzonder om te bedenken dat we als broers met
    twee zussen getrouwd zijn. En wat een geweldige vrouwen zijn Edith en Desiree.
    Groetjes Henk.

  2. Dat weet ik nog heel goed van het broodmaaltijd van ma.
    En het was super warm volgens mij zo een 35 graden. Weet nog heel goed dat na de plechtigheid de stropdassen van de mannen gelijk weg waren en de knopjes los. Jeroen heeft zelfs een nette korte broek aangetrokken.
    Voor ons vrouwen was het een stukje makkelijker. Wij hadden al een nette zomerjurk aan. Het is weer een mooi verhaal geworden zwager top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.