Boterham bakken

boterhamHet is nog vroeg als ik wakker word. Geen geluid buiten, behalve de vogels. Ik kijk in het rond, “Wie zou er al wakker zijn”? De een snurkt nog harder dan de ander, ik moet erom grinniken. We slapen inmiddels met zijn vijven op de zolder. Tot mijn verbazing zie ik dat Henk’s bed leeg is. Wat zou hij uitspoken? Is hij bij mijn ouders gaan omdat hij niet door het trapgat naar boven durfde? We denken dat het spookt in het trapgat, langer dan noodzakelijk willen we er niet zijn. We glijden daarom altijd zo snel mogelijk naar beneden over de trapleuning. Het is wel link, als je niet oppast donder je naar beneden. Dat is al vaak gebeurd. Zit je weer een paar dagen onder de blauwe plekken. Maar erger dan dat is er niet gekomen. Met een rotgang glij ik naar beneden, mijn maag trekt samen het tintelt zelfs. “Yes weer gelukt”!  Als ik de slaapkamer van mijn ouders binnen sluip zie ik Henk niet.

Henk staat in de keuken.

“ Wat ben jij aan het doen?” vraag ik.

‘’Er is weer alleen oud brood. Kan jij een boterham bakken?”

“Nee,” antwoord ik.

“Jij kunt ook niet bij het gas komen, jij bent nog maar vier. Wil je het leren?” Hij kijkt me glimlachend aan. Hij pakt een stoel en zet hem bij het gasstel. “Nu kan je er wel bij, kom maar bij me staan dan doe ik het voor. Daarna ben jij aan de beurt.”

Ik geniet er van, het water loopt me in de mond.

“Nu ben jij aan de beurt.” Maar dan verandert zijn gezicht, hij kijkt serieus. “Nee, weet je wat, ik doe het wel voor jou.”

“Nee! Ik wil het zelf doen,” roep ik verontwaardigd. Ik pak de pan, maar Henk duwt me weg  waar door ik mijn evenwicht verlies. Van schrik pak ik de pan vast. We vallen schuin opzij. De koekenpan vol met vet en de boterham valt bovenop onze billen en bovenbenen. Ik sta snel op en ren naar mijn moeder die nog steeds ligt te slapen.

Henk komt snel achter me aangerend: “Niets tegen ma zeggen hoor, ik voel er niets van.”

Ik kijk naar mijn been voel ook niets, maar dan draai ik me en probeer ik naar mijn bil te kijken. Ik schrik me rot, ik zie een levensgrote blaar. Die loopt van mijn bil naar mijn bovenbeen. “Bekijk het maar, ik maak ma echt wakker!” Als ik mijn moeder laat zien wat er is gebeurd, zie ik de schrik op haar gezicht en ze springt uit bed!

ziekenhuis“Henk is ook verbrand”, roep ik. Mijn moeder is sneller dan het geluid en voor we het weten liggen we in het ziekenhuis. Ze zal de buurman er wel bij hebben gehaald, die werkte bij het Rode Kruis en hielp ons altijd met een pleister of verband. Hoe we naar het ziekenhuis zijn gekomen weet ik niet meer. We liggen samen op een kamer omdat we broers zijn. Henk voelt zich verraden door mij, hij scheldt me uit. Iedere dag proberen de zusters hem op een andere gedachte te brengen, maar hij blijft boos. Iedere dag krijgen we een prik, of we willen of niet. Ik weet niet wat er in de prik zit en de zusters vertellen het ook niet. Maar de spuiten doen Henk echt pijn. Hij is en blijft boos, hij wil me in elkaar slaan als we het ziekenhuis uitkomen. De zusters hebben hem al vaker terecht gewezen, maar dat deert hem niets. Op een dag, we liggen al anderhalve week in het ziekenhuis, komt de specialist binnen terwijl Henk me weer een vervloekt. “ Wat is hier aan de hand?” Henk gaat tekeer tegen de arts.

“Ben je nou helemaal gek geworden!” roept de arts. “Weet je wel hoe je er nu uit had gezien als hij niets had gezegd!” De man wijst naar mij. “Ik kom je morgen halen en laat zien wat er gebeurt als je te laat bent en hoe dat het er dan uit ziet.”

De volgende dag komt de specialist weer binnen. Hij neemt ons beiden mee naar een meisje dat voor de rest van haar leven verminkt is. “We waren er te laat bij”, zegt de arts onderweg. In de gang doet Henk nog stoer. Als we bijna bij haar kamer zijn roept Henk ineens: “Nee doe maar niet, ik wil .”

De volgende ochtend maakt hij me wakker. “Heb je niets gemerkt vannacht?”

“Nee. Ik sliep.”

“Er is een jongen binnen gebracht, ook door vet verbrand”, gaat hij verder. “Hij gilde de hele boel bij elkaar, ik werd er gewoon bang van. Ik vind het toch wel erg, ik kan het niet uit mijn hoofd krijgen. De zusters renden met zijn allen door de gang. Nu ben ik toch wel blij dat jij het heb gezegd, anders hadden we grote littekens gehad voor de rest van ons leven! Sorry dat ik zo rot tegen je deed, ik zal dat nooit meer doen.” We maken het goed, per slot van rekening zijn we broertjes.

Als we na twee weken ziekenhuis weer thuis komen, horen we van mijn moeder koken met opahoe de hele familie zich rot is geschrokken. Nadat twee dagen later alles weer tot rust is gekomen, ga ik naar opa. Hij vraagt me wat er is gebeurd. Ik vertel het hele verhaal van de boterhammen bakken.

“Weet je wat ik ga je leren hoe je wel moet koken, zonder ongelukken”! Hij zet me ook op een stoel, maar dit is een hele stevige. De eerste week mag ik alleen maar kijken terwijl opa bakt. Na een week mag ik het zelf proberen. Opa kijkt als een havik toe! Ik heb mijn eerste prakje op mogen bakken, het is zuurkool, mmmmm!

 

 

8 gedachten over “Boterham bakken”

  1. Dit verhaal heb ik vaker gehoord, als we thuis over vroeger gingen praten, mooi dat je dit weer heb opgeschreven.
    Vond het altijd fijn en nu kan ik het steeds opnieuw lezen 😉

    Bedankt voor het geweldige schrijven wat je doet xxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.