Alleen op straat

10393794_511223269004448_4340646016026431536_nEr is veel criminaliteit in de buurt. Dat zie je niet, maar er bestaan  wel wilde verhalen over. Die verhalen hoor je vooral  in de wijken waar de rijkere mensen wonen. Alle huizen zijn meer dan honderd jaar oud. Geen mooie huizen. Ze zijn oud en vervallen;  het is een achterstandswijk. De huizen zijn van baksteen met kleine ramen, tochtig en met puntdaken. Ze zijn groot en er wonen meerdere grote gezinnen in met weinig geld en opleiding. De ruziezoekers in de buurt zijn vaak asociaal en soms alcoholist. Ze geven de buurt een slechte naam, daardoor scheren buitenstaanders de hele wijk over één kam. Het staat hier bekend als de “konijnenbuurt”: er worden  veel kinderen geboren. De kinderen zijn altijd op straat, er is genoeg te doen. Ik ben één van die kinderen. Het is de wijk waar ik woon.

Ik woon er samen met mijn vader en mijn hardwerkende moeder die altijd boven de wastobbe staat en als schoonmaakster extra geld bij verdient. Ik heb twee jongere zusjes: Lenie en Bertha. Cor is mijn oudste broer, dan volgt Henk en ik ben de jongste jongen. Later zouden er nog drie kleintjes volgen. Mijn vader houdt wel van een biertje en nu is hij alcoholist. Al het geld dat hij verdient, als hij tenminste werk heeft, gaat op vrijdag direct naar de kroeg. Daardoor lijden we vaak honger, we hebben geen vlees of groenten te eten. Ik ben zelfs zo mager dat ik een hongerbuik heb. Kleding heb ik haast ook niet en de gaten in mijn schoenen vul ik op met karton, dat heb ik geleerd van mijn broers. We lopen vaak in afdankertjes van mensen uit de wijk die wat over hebben. Het zijn dezelfden die over ons roddelen: wij zijn armoedzaaiers en de mensen kijken ons met de nek aan.

Opa, de vader van mijn vader, woont aan het einde van de straat samen met oma. Ik kom er iedere dag omdat het gezellig is en ik kinderkoffie krijg: veel melk met een beetje koffie. We kunnen uren met elkaar kletsen, ik voel me veilig bij opa met zijn dikke buik en bretels.

Het is vroeg in de morgen. Iedereen is naar het werk of naar school. Alleen loop ik op straat, zoekend naar een teken van leven. Niets en niemand, naar mijn opa kan ik nog niet, want die ligt nog te slapen. Mijn opa is een vriendelijke man met grote oorlellen een grote neus, met een grote kale plek boven op zijn hoofd. Zijn buik is zo groot dat mijn armen nog niet eens de helft ervan kunnen omarmen. Maar hij kan ook lekker mopperen. Dat doet hij vaak tegen mijn oma, die kan daar ook wat van! Mijn oma plaagt hem graag terug. Dan pakt ze een doekje om het aanrecht schoon te maken. En laat een scheet. Ik moet dan hard lachen, maar mijn opa niet, omdat ze het in zijn buurt doet. Intussen doet oma of er niets is gebeurd. De rapen zijn dan wel gaar, vooral als ze zegt dat het niet waar is. Ja, mijn opa en oma houden veel van elkaar en dat zie je ook. Elke zaterdagmorgen ga ik naar hen toe, het liefst zo vroeg mogelijk. Ik kijk eerst door de brievenbus om te zien of opa al wakker is. Ik maak hem liever niet wakker, want hij slaapt graag een beetje uit. Als hij wakker is heb ik het echt naar mijn zin, dan zijn we gezellig samen. We kletsen lekker met  kinderkoffie en een krakeling of een boterkoekje.

Ik kan goed met hem praten. Wat ik ook zeg, hij vertelt het aan niemand als ik met hem praat. Vaak krijg ik mijn koffie in de keuken, waar de zon op de keukentafel schijnt en je het silhouet van je schaduw ziet. Ik geniet ervan als ik met hem alleen ben. Hij spreekt me nooit tegen en valt me niet zo maar in de rede.

Laatst heb ik gevraagd waar de wolken vandaan komen. Hij zegt: ‘Daar ben je nog te klein voor, maar ik wil het wel proberen om het je uit te leggen.’ Hij wijst naar de fluitketel en zegt: ‘Als het water gaat koken verdampt het. Dan zie je stoom uit de ketel komen. Dat gaat dan naar buiten hoog de lucht in en dat wordt een wolk.’ En zo vertelt hij van alles en nog wat, maar op een gegeven moment snap ik het niet meer. ‘Stop maar opa, het zal wel!’

‘Ach maak je er maar niet druk over, jongen’, zegt hij. ‘Over een poosje snap je het wel. Je bent gewoon nog te klein. Kom, dan geef ik je alvast een dubbeltje zakgeld. Dan kan je wat lekkers kopen.’

‘Ik bewaar het voor later, opa’, antwoord ik.

 

Om half negen gaat altijd de bel, dan staat de bakker voor de deur. Ik herken hem aan zijn pet  en spitse gezicht. Het is een aardige man; ik krijg altijd een glimlach en een knipoog. Die drinkt graag een bak koffie mee en vertelt het laatste nieuws: ‘Heb je het al gehoord?’

‘Nee ik heb niets gehoord’, zegt mijn opa. ‘Er is toch niet weer iemand dood hè, daar heb ik geen zin in hoor. Als jij zegt “heb je het al gehoord?” is er altijd één dood gegaan. Hou het dan maar voor je.’

De bakker kijkt geschrokken naar opa en doet zijn pet af. Hij zegt: ‘O, ben je er bang voor?’

‘Nee, maar ik vind het geen praatje voor waar mijn kleinkind bij is, dus hou het dan maar voor je.’

De bakker biedt zijn  excuses aan, zet zijn pet weer op en gaat weg. Mijn opa roept hem na: ‘Tot morgen Piet en doe Jan de groeten.’

‘Doe ik’, roept de bakker terug en weg is hij.

 

Ik wou dat ik nu naar mijn opa kon gaan, maar het duurt nog uren voor hij wakker is. Waar en met wie kan ik spelen? Dan komt er een oude dame naar me toegelopen. Ze glimlacht naar me en vraagt: ‘Moet je niet naar school?’

‘Nee mevrouw, ik mag nog niet. Ik ben te jong.’ Dan vraagt ze of ik haar wil helpen met het hakken van hout. Maar dan kan ik natuurlijk niet.

‘Geeft niet, ik leer het je wel’, zegt ze. ‘En als het je niet lukt, pech voor ons allebei. Maar als je het goed doet, krijg je van mij tien cent.’

Nou dat wil ik wel, dan kan ik snoep kopen bij Cor de Ronde op het hoekje. Ze laat me zien hoe je met een bijl omgaat. Dan mag ik het ook proberen en tot mijn verbazing lukt het. Binnen niet al te lange tijd heb ik mijn eerste bosje hout bij elkaar. Als ik er heel veel heb vraag ik haar wanneer ik mijn dubbeltje krijg.

‘Nog één plank, dan ben je klaar’, zegt ze.

 

6 gedachten over “Alleen op straat”

  1. Hallo koos het is weer een mooi stukje en er valt weer een geheim weg dus je zit zonder dat als en dan kan je meer in de tuin helpen gr jos

  2. hoi koos geniet altijd weer van je geschiedenis wat je schrijft
    jammer dat ik de post niet meer ontvangt via mijn hotmail ? groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.