Medicijnen doen rare dingen met mijn hoofd

Edith zit op de bank met een mok thee. Ik begin voorzichtig en zeg wat mij parten speelt.

“Hè hè, eindelijk begin je over je problemen te praten.”

Dan vertel ik hoe moeilijk ik het vind om te praten over mijn gevoelens en hoe moeilijk het voor mij is om niet met mijn gedachten af te dwalen. Soms heb ik het heel erg en duurt het weken voordat het weer een beetje gaat. Over mijn lees- en schrijfprobleem praat ik niet, daar bestaat toch geen oplossing voor. Ik vertel haar dat ik me al een paar keer heb laten onderzoeken door een neuroloog. Uit de onderzoeken is niets gekomen, maar dat is nu tien jaar geleden. Intussen is er zoveel veranderd, dat er nu misschien een kans is dat ze de oorzaak vinden.

Tot mijn verbazing is Edith een en al oor. Sterker nog, ze moedigt mij aan om het onderzoek aan te vragen via de huisarts. Ik vertel hem over mijn problemen. Hij geeft mij een verwijskaart voor mevrouw Baard.

Met een dubbel gevoel ga ik op pad. Wat als er toch iets met mij aan de hand is? Zou er dan een middel of een therapie voor zijn? De dokter belooft haar best te doen om te achterhalen wat ik mankeer. Ik word zelfs op epilepsie getest.

Ondertussen zou ik het wel willen uitgillen en aan dokter Baard vertellen hóé erg het is dat ik me niet kan concentreren. Soms weet ik niet eens waar ik met mijn gedachten ben. Het lijkt alsof ik niet besta. Wat zou ze ervan denken dat ik niet eens behoorlijk kan lezen of schrijven, terwijl iedereen het wel kan? Dan moet er toch wat aan de hand zijn. Begrijpt ze wel hoe ongelukkig ik ben? Ik wil het zo graag vertellen, maar dan denkt ze vast dat ik gek ben en sluiten ze me op.

Drie maanden later wijzen alle onderzoeken niets uit. Met een verloren blik kijk ik haar aan. Ze pakt me bij de hand en zegt: “Op de eerste verdieping zit een klinisch psycholoog. Gaat u daar naartoe. Biedt dit geen oplossing, dan komt u gewoon bij mij terug. Hij heet dokter Gieskes en ik weet dat hij heel goed is in zijn vak.”

Na twee weken heb ik weer een afspraak, maar dit keer geloof ik er niet meer in. Het doet me denken aan de dagtherapie. Het enige goede wat daar is uitgekomen, is Teun, de psycholoog die creatieve therapie gaf. Voor de rest zie ik het achteraf toch als verloren tijd.

Dokter Gieskes is een lange man met een bril en er ligt een pijp voor hem op tafel. Ik wil hem toch een kans geven en vertel hem wat ik anderen ook vertel – de halve waarheid. Ik krijg een dik pak formulieren mee naar huis, vol met vragen die ik moet invullen. De vragen gaan over ziektes waar ik nog nooit van gehoord heb. Er staan veel moeilijke woorden in en de vragen snap ik ook niet. Wat ik wel begrijp is dat ik een groot probleem heb. Ik geef geen krimp; Edith mag niets weten. Gokkend vul ik het in. Na een paar uur ben ik eindelijk klaar. Even later pakt Edith het op en leest wat ik heb ingevuld. Dan vraagt ze: “Heb jij dat wel goed gelezen?”

“Ja,” bluf ik.

“Ben jij een psychopaat of zo, die indruk krijg ik tenminste, zoals jij dat heb ingevuld!”

Dan begint ze vragen te stellen en ik geef antwoord op haar vragen. Met grote ogen kijkt ze me aan. “Waarom staat hier dan nee terwijl jij ja zegt?”

Ik voel hoe het bloed naar mijn gezicht trekt, het zweet breekt me uit. Ik zeg dat ik de vragen niet goed begrijp. Edith stelt nu de vragen en ik vul de antwoorden in. Hoe komt het dat ik de vragen wel begrijp als Edith ze opleest? Ik moet morgen de vragenlijst in de brievenbus gooien en dan wachten tot ik een bericht krijg over de uitslag.

Edith en ik zijn op de vervolgafspraak bij Gieskes: “Je krijgt drie dagen achter elkaar testen. Brood meenemen, het wordt hard werken.”

Ik moet achter een computer gaan zitten. Een jongedame vraagt of ik ermee om kan gaan.

“Een heel klein beetje.”

Ze is vriendelijk en stelt mij op mijn gemak, daardoor groeit mijn zelfvertrouwen. Soms moet ze weg en dat vind ik erg, omdat ik dan de opdracht echt alleen uit moet voeren. Omdat ik niet altijd goed begrijp wat ik lees, ben ik bang dat ik door de mand val. Dan weet Edith ook meteen hoe het zit.

Als ik met Edith voor de uitslag bij Gieskes ben, begint hij meteen: “Meneer Vervoort, u bent een griezelig mannetje geweest voor uw omgeving. Er zit een man van veertig tegenover mij, maar de problemen ontstonden toen u nog maar een ventje was van twee jaar oud.”

Ik zeg dat ik hem niet snap.

“Als je een boek open slaat, heb je twee bladzijden. De één gaat over de dagelijkse dingen van het leven en de andere gaat over dingen waar wij geen verstand van hebben. Daar doen wij niets mee. Helaas ligt daar uw grootste probleem.”

Het zal toch niet waar zijn dat ik na veertig jaar iemand tegen over mij heb zitten die mijn geval herkent. Ik trek voorzichtig mijn schouder op en doe net alsof ik hem niet begrijp.

“Er staat een grote tank van het leger midden in de stad. Iedereen die voorbij loopt ziet het en zegt ‘Er staat een tank.’ Stel dat er iemand in zijn onderbroek in zit, dan komt u aanlopen en zegt: ‘Kijk er zit iemand in zijn onderbroek in die tank.’ U denkt daar niet bij na. U vindt het vanzelfsprekend dat u die man in de tank ziet en niemand anders dat ziet. Zo ziet u mensen ook.”

Terwijl hij praat moet ik slikken. Het gaat steeds moeilijker. Ik moet sterk zijn, denk ik bij mezelf, toch proef ik het zout al in mijn mond. Gieskes gaat gewoon verder: “Weet u, een vrouw heeft een goedontwikkelde intuïtie. Als wij dat met drieduizend vermenigvuldigen komen wij bij u in de buurt. Daarom hebt u het zo moeilijk gehad en hebt u die kleine jongen in uzelf opgesloten. Wel, ik heb goed nieuws voor u, ik kan u helpen.”

Gelukkig begint Edith vragen te stellen. Er gaan zoveel gedachten door mij heen, dat ik het niet meer kan volgen wat er allemaal gezegd wordt. Ineens kijkt Gieskes mij weer aan en zegt: “U bent net een auto. U geeft vol gas maar geeft tegelijk een ruk aan de handrem. Dat geeft een hoop rook, alleen komt u niet vooruit. Ik ga u een antidepressiva voorschrijven. Daarmee kunt u niet meer remmen.”

Hij geeft mij een niet al te hoge dosis, twee tabletten per dag. Als ik er maar mee tot rust kom. Maar lezen en schrijven is het grootste probleem, vind ik zelf, en zelfs een wonderpilletje kan dat niet oplossen. Misschien kan ik alles beter aan door die medicijnen en word ik helderder. Dan zou ik het misschien toch nog kunnen leren. Maar natuurlijk niet, daar heb ik een stel goed werkende hersens voor nodig.

Bij mijn broer achter de bar op de sportschool merk ik de werking van de medicijnen. Als ik een paar kinderen heb geholpen, komt er een moeder naar mij toe en begint opmerkingen over mij te maken. Ze plaagt me omdat ik een rekenfout maak en gaat daar veel te ver in. Normaal zou ik in mijn schulp kruipen bij zo’n opmerking. Door de medicatie heb ik echter geen rem. Ik dring diep tot haar door, lees haar en ik zeg: “Dat doe jij nou altijd: veel te ver over de grenzen heengaan bij anderen mensen.”

Ze kijkt me aan en lacht me uit.

“Weet je nog? Gisteren,” ga ik door, “met je moeder. Hoe je dat arme mens te grazen nam!”

Nu zie ik de tranen over haar wangen lopen. Ik wil graag stoppen maar het gaat niet door die medicijnen. Koffie, denk ik, ga koffie zetten. Ik draai me om naar de koffiemachine. Ik weet dat ik haar hard heb aangepakt. Ik schenk een bakje koffie in en kijk haar weer aan, zet het voor haar neer en zeg: “Het spijt me, dat had ik niet moeten zeggen, omdat je er zo mee zit en er erg veel spijt van hebt.”

“Hoe weet je dat?” vraagt ze verontwaardigd. Ik kon natuurlijk niets weten van haar moeder.

“Dat voel ik. Ik kan je goed lezen. Normaal zou ik dat nooit doen, maar ik heb medicatie tegen depressiviteit. Daardoor heb ik geen remmen meer. Neem het mij niet kwalijk alsjeblieft.”

“Ik wil niets zeggen, maar je hebt alles goed, ik vind het nog steeds heel erg wat ik bij ma heb gedaan.” Ze begint te praten over hoe het zo ver is gekomen en dat ze graag wil leren om zichzelf te beheersen. Ik geef haar wat adviezen. Haar kinderen zijn klaar met trainen de volgende ploeg komt er alweer aan. Wij hebben het gelukkig kunnen uitpraten en beloofd dat het onder ons blijft.

Het gaat steeds beter, maar ik ben wel erg vrij in mijn doen en laten. Mijn verstand zegt: té vrij. Ik kan gewoon mijn mond niet houden. Er is ineens geen angst meer voor falen en geen plaats meer voor onzekerheid. Ik merk dat mijn gedachten het er vaak niet mee eens zijn, maar het gevoel van binnenuit is de baas. Ik zou wat meer willen remmen. Het geeft mij wel heel veel ruimte in mijn hoofd, dat is ook raar. Het maakt mij helderder.

Eerst moet er gesloopt en gebouwd worden in de nieuwe woning in Schiedam. Henk werkt overdag, dus bespreek ik met hem wat ik alvast kan doen. We moeten op zoek naar een paar grote schuifdeuren. Doordat het speciale maten zijn, kunnen we ze nergens kopen. Alleen een timmerman kan ze maken, maar dat is veel te duur. Ik stel voor dat ik het ga proberen om ze zelf te maken. We gaan naar een bouwmarkt om spullen te halen. Als ze horen waarvoor wij het nodig hebben, zeggen ze allemaal dat het zo moeilijk is, dat het ons nooit zal lukken. Een mooie gelegenheid om te laten zien dat ik het toch kan. Als de deuren klaar zijn, til ik ze op. Ze zijn zo licht als een veertje. Henk neemt zijn petje ervoor af en ik ben zo trots als een pauw. Ik heb het voor elkaar! Nu zie ik dat ik meer kan dan ik zelf voor mogelijk had gehouden.

Nog steeds vind ik het wel spannend om initiatief te tonen buiten de sportschool. Maar door de medicijnen gebeurt het gewoon. Ik kan het niet eens tegenhouden, mijn gevoelens zijn me de baas. Het is heel raar: in gedachten zeg ik “Dat doe ik niet.” Maar toch gebeurt het.

Ik heb mijn maandelijkse geld gehaald van de bank: mijn ‘zakgeld’. Mensen uit mijn omgeving lachen me uit, dat ik nog niet pin. Maar ik wil niet pinnen, omdat ik niet weet hoe het met de rekeningen zit en ik wil niet te veel opmaken. Intussen heb ik toch besloten om maar weer eens te gaan vissen. Daarvoor moet ik wel even een doosje maden halen. In de viswinkel ziet alles er ineens veel mooier uit.

“Ik wil graag een doosje maden en doe maar gelijk een zak lokaas. Doe ook maar wat haakjes en wat een mooie hengels zijn dat, wat moeten ze kosten?”

“250 gulden per stuk.”

“Wil je er twee voor mij wegzetten?”

“Ja hoor, anders nog iets?”

“Dat schepnet wat daar staat, wat kost dat?”

“Voor jou vijfendertig gulden.”

Er gaat iets hier helemaal mis, wat ben ik allemaal aan het doen? Ik kan niet stoppen met kopen. Dan zeg ik: “Even wachten, ik moet even bellen.”

Ik krijg Edith aan de lijn en zeg dat ik niet kan stoppen met kopen: “Ik ben mijn zakgeld al kwijt, kom snel hierheen!”

“Geef mij de eigenaar maar even,” zegt Edith.

Ze legt uit wat er met mij aan de hand is en hij kijkt mij met grote ogen aan. Edith is er binnen vijf minuten, belooft ze. Voor mij lijkt het wel een eeuwigheid. Om niet in de verleiding te raken, kijk ik maar naar buiten. Eindelijk komt ze op haar hallelujafiets aangereden. Gelukkig, er kan nu niets meer gebeuren. Ze vraagt: “Wat heb je allemaal gekocht en wat heb je weg laten zetten?”

Edith vind het zo knap dat ik haar gebeld heb, ze vindt wel dat ik de hengels verdiend heb: “Is het goed dat ik steeds wat betaal en als alles betaald is, dat hij ze mee kan nemen?”

De eigenaar vindt het geen probleem.

Als ik bij Gieskes ben, wil ik vertellen hoe ik mezelf zie en voel, maar ondanks de medicijnen is dat nog een stap te ver. Toch vraag ik hem de doses te verlagen tot een minimum. Nu heb ik het beter onder controle, maar nog niet helemaal. Ik ga terug naar een halve tablet en dan een kwart en dan mag ik stoppen. Als ik klaar ben met afbouwen, ga ik nog een paar keer op bezoek en dan sluit hij het af.

Gelukkig sta ik nog steeds achter de bar in de sportschool, ik train zelfs nog mee. Ik vind het heel leuk om te doen. Maar als er gesproken wordt over school en tentamens, wil ik het liefst hard weglopen. Dan ga ik meestal gauw naar buiten om een peuk te roken. Stel je voor dat de kinderen wat aan mij vragen over hoe ik het vroeger op school gedaan heb.

Deel deze pagina

Een gedachte over “Medicijnen doen rare dingen met mijn hoofd”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.