Er weer bovenop!

Als ik niet snel mezelf hervind na Katriens dood, ben ik dadelijk weer terug bij af. Dit keer wil ik het doen zonder hulp van anderen. Ik wil zelf uitzoeken waar ik terecht kan. Met veel moeite loop ik advertenties langs. Ik stuit op een advertentie van een iriscopist. Ik wil weer normaal slapen en overdag wakker blijven. Ik maak een afspraak en zoek helemaal uit hoe ik precies moet rijden met de metro en hoeveel haltes het zijn.

Onderweg vind ik het wel spannend. Gelukkig gaat alles goed, maar als ik uit de metro stap, vraag ik toch de weg. Het is twee straten verderop, dat valt mee. De wachtkamer doet me aan de Heksenketel denken. Eenmaal bij de iriscopist krijg ik de kans niet om te vertellen waarvoor ik kom.

“Ik moet even een foto’s maken van je iris met een speciale camera,” zegt de man.

Door de verkleuring van mijn iris ziet een iriscopist precies wat er aan de hand is. In een andere kamer staat een installatie, net als bij de oogarts. Ik krijg oogdruppels om mijn ogen te verdoven. Dan maakt hij van dichtbij een aantal foto’s en ontwikkelt ze direct. Na een halfuur zijn ze klaar.

“Je hebt problemen met je nachtrust en dat is niet het enige waar je last van hebt, maar daar kunnen we wel mee beginnen.”

Ik krijg twee flesjes mee, één voor het slapen gaan en één voor het wakker worden: tien druppels oplossen in een glas water en opdrinken. Hij drukt me op het hart dat ik binnen een uur na de avonddruppels op bed moet gaan liggen.

Om tien uur neem ik het in, een uur voor ik naar bed ga. Er begint een spannende actiefilm op tv en ik vergeet bijna dat ik de druppels heb ingenomen. Het is tien voor elf als ik op de klok kijk. Dan word ik ineens overvallen door de slaap. Ik sta op en loopt zo snel als ik kan naar mijn bed. Terwijl ik me op mijn bed laat vallen, slaap ik al.

De volgende morgen word ik pas wakker, onder de indruk ben ik zeker. Ik tel tien druppels van het andere flesje en neem het in. Ik ben zo helder, dat het net is of ik daarvoor altijd uit vuile ramen naar buiten heb gekeken.

Na drie weken zijn mijn druppels bijna op, tijd om weer een afspraak te maken. Ik ga er vol zelfvertrouwen heen. Wat een paar druppeltjes niet allemaal kunnen doen. De man lacht en zegt: “Voorlopig houden we het zo, tot je het gewend bent. Dan gaan we verder kijken.”

Ik kan de hele wereld aan. Wanneer ik weer in de metro zit, kijk ik met andere ogen. Ja ik ben er! Eindelijk zit ik niet te dromen, maar kijk ik om me heen, zonder me onzeker te voelen.

Er komen een paar jonge meiden binnen, drie gaan er bij mij zitten. Er zit een blonde bij, ze kijkt naar me en begint te lonken. Ik moet erom lachen en voel me wel gevleid, maar ik ben zeker tien jaar ouder. Ze kijkt naar me en vraagt: “Waar ga je naar toe?”

“Naar Schiedam.”

“Ben je vrijgezel? “

“Nee, ik heb een vriendin. “

“O, wat jammer nou.”

Haar vriendinnen zitten te lachen. Ik sta op en stap uit op het Centraal Station van Rotterdam.

“Lekker ding!” hoor ik ze me nog naroepen.

Normaal loop ik langs de havens naar huis, omdat je daar niet zo veel mensen tegenkomt, maar nu loop ik door de stad waar iedereen loopt en ik voel me goed. Aan de andere kant vind ik het ook wel vreemd en spannend.

Omdat ik alleen ben, kan ik er met niemand over praten. Het gaat zo snel allemaal. Na een paar maanden herinner ik me dat ik me al eens eerder zo heb gevoeld, toen heb ik met mijn stomme kop tabletten ingenomen om dat goede gevoel niet meer kwijt te raken. Moet ik wel verder gaan?

Ik kan de weelde niet aan en stop met de druppels. Na een paar weken ben ik weer de dromer die ik ken. Het voelt niet fijn, maar wel vertrouwd. Na een halfjaar krijg ik er spijt van en besluit om weer naar de iriscopist te gaan, maar hij is verdwenen. Ik probeer nog een paar andere iriscopisten, maar die zijn niet zo goed. Langzaam zink ik weer weg.

Deel deze pagina

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.