Sneeuw en oud en nieuw

Iedereen slaapt. Het is een heldere nacht en ik denk dat het gesneeuwd heeft. Alles voelt zo anders aan en het is erg koud. Ik ga zachtjes mijn bed uit en loop naar het zolderraam. Het eerste wat ik zie zijn ijsbloemen. Ik raak ze voorzichtig aan, het voelt koud en ik zie hoe ze door de warmte van mijn vinger smelten. Dan wrijf ik met mijn beide handen over het bevroren raam. Alles buiten is wit. Ik sluip de trap af en wacht even om aan het donker te wennen.

Ga verder

Naar de grote stad

Als mijn broers of ik geld meekrijgen om gemaakte schulden af te lossen, weten we: ma heeft de kinderbijslag binnen. Nu wordt het spannend: krijgen we kleren of niet? Het meeste geld gaat op aan schulden, maar ik moet deze keer toch weer kleren kopen met ma. Dat wordt dus een wollen maillot, wollen broek, flanellen blouse en basketbalschoenen – de goedkoopste. Altijd kleren op de groei, duurzaam en kriebelend! Ze zijn ook nog ronduit lelijk.

Ga verder

Boterham bakken

Er is veel criminaliteit in de buurt. Dat zie je niet, maar er bestaan wel wilde verhalen over. Alle huizen zijn meer dan honderd jaar oud. Vervallen en tochtig, met kleine ramen. Er wonen meerdere grote gezinnen in met weinig geld en haast geen opleiding. De ruziezoekers in de buurt zijn vaak asociaal en soms alcoholist. Het staat hier bekend als de konijnenbuurt: er worden veel kinderen geboren. Die kinderen zijn altijd op straat, er is genoeg te doen. Ik ben één van die kinderen. Het is eind jaren vijftig en dit is de wijk waar ik woon.

Ga verder

Een jasje van Mevrouw Snijders

Als ik na een paar maanden ‘s middags thuiskom van school, stuurt ma me naar mevrouw Snijders. Die heeft een mooi jasje voor me liggen, zegt ze. Ik krijg een kwartje. De zaak van mevrouw Snijders is helemaal achterin de Mariastraat. Ik kom nooit verder dan Jaap en zijn patatzaak. Als ik voor mijn gevoel wel een halfuur heb gelopen, zie ik aan het einde van de straat een deur openstaan.

ga verder

Kleuterschool

Ik ben met mijn moeder onderweg naar de kleuterschool. Als de deuren opengaan wil iedereen tegelijk naar binnen. Mijn moeder wacht tot ze allemaal binnen zijn. Er komt een dame op ons af en geeft mijn moeder een hand en ik krijg nog een aai over mijn bol. Ik hoor een hoop huilende kinderen op de gang. De juffrouw gaat eropaf. Mijn moeder zegt: “Jij gaat niet janken hoor, anders krijg je een reden om te janken.”

GA verder