Vroeg op

Elke dag sta ik om 5 uur op, omdat er dan nog een kans is dat ik een boterham in de trommel vind. Als ik in de keuken kom, staat Henk er al. Hij wijst naar de bovenste plank van de kast en doet een voorstel:

“Als jij bukt, ga ik op je staan en kijk in de broodtrommel.”

Zijn gewicht duwt mijn hoofd tussen mijn schouders. Het doet goed pijn.

Lees verder Vroeg op

Hartzeer

Na twee dagen  staat Izabel weer voor de deur. Ik laat haar weer binnen. Ze vraagt:

“Ik zit zonder geld en moet een uitkering aanvragen bij de sociale dienst. Weet jij hoe ik dat moet doen?“

“Gewoon. Bij de sociale dienst een uitkering aanvragen.”

“Je snapt me niet, ik woon weer in Rotterdam bij mijn moeder.”

“Dan zeg je wat er tussen ons is gebeurd  en schrijf je jezelf eerst in bij het woonbureau.”

Lees verder Hartzeer

Naar de grote stad

bij oma pakkie deftig

 

De kinderbijslag is binnen. Nu wordt het spannend: krijgen we kleren of niet? Het meeste geld gaat op aan schulden, die mijn moeder iedere keer moet maken om ons eten te geven. Hoe we weten dat het geld er is? Als mijn broers of ik geld meekrijgen om gemaakte schulden af te lossen, dan weten we: ma heeft de kinderbijslag binnen. En ja, ik moet weer kleren kopen met mijn moeder. Dat wordt dus een wollen maillot, wollen broek, flanellen blouse en basketbalschoenen – de goedkoopste. Ik baal altijd: kleren op de groei, duurzaam en kriebelend! Ze zijn ook nog ronduit lelijk. Lees verder Naar de grote stad

Boterham bakken

boterhamHet is nog vroeg als ik wakker word. Geen geluid buiten, behalve de vogels. Ik kijk in het rond, “Wie zou er al wakker zijn”? De een snurkt nog harder dan de ander, ik moet erom grinniken. We slapen inmiddels met zijn vijven op de zolder. Tot mijn verbazing zie ik dat Henk’s bed leeg is. Wat zou hij uitspoken? Is hij bij mijn ouders gaan omdat hij niet door het trapgat naar boven durfde? Lees verder Boterham bakken

Een jasje van Mevrouw Snijders

ligt hier een jasje tussen?Als ik ‘s middags thuiskom van school, stuurt mijn moeder me naar de Mariastraat. Mevrouw Snijders heeft een heel mooi jasje voor me liggen, zegt m’n moeder. Ik krijg een kwartje in mijn hand gedrukt. De zaak van mevrouw Snijders  is helemaal achter in de straat. Ik kom nooit verder dan Jaap en zijn patatzaak. Ik voel mijn hart hard kloppen, ik ga voor mijn gevoel op wereldreis. Gespannen loop ik de patatzaak voorbij. Wat zal er gebeuren? Wie ga ik zien? Het spookt door mijn hoofd. Als ik voor mijn gevoel wel een half uur heb gelopen, zie ik aan het einde van de straat een deur openstaan.

Lees verder Een jasje van Mevrouw Snijders

Honger

Ome Piet, Antonio, Koos, opa, vader
Ik zit hier in het midden

Voor het eerst ga ik naar de lagere school. Ik voel me een hele bink. Ik krijg les van juffrouw Sleutelring. Ze heeft een zwarte bril op en kijkt streng uit haar donkere ogen. Haar zwarte haar vind ik heel erg mooi en ze heeft een slank figuur. Ze vertelt hoe het er aan toegaat en hoe laat de pauzes zijn. Ook dat we voor de school moeten blijven, dus niet op straat mogen. En we moeten uitkijken voor het verkeer. Als het eindelijk pauze is begrijp ik waarom. Lees verder Honger

Alleen op straat

10393794_511223269004448_4340646016026431536_nEr is veel criminaliteit in de buurt. Dat zie je niet, maar er bestaan  wel wilde verhalen over. Die verhalen hoor je vooral  in de wijken waar de rijkere mensen wonen. Alle huizen zijn meer dan honderd jaar oud. Geen mooie huizen. Ze zijn oud en vervallen;  het is een achterstandswijk. De huizen zijn van baksteen met kleine ramen, tochtig en met puntdaken. Ze zijn groot en er wonen meerdere grote gezinnen in met weinig geld en opleiding. De ruziezoekers in de buurt zijn vaak asociaal en soms alcoholist. Ze geven de buurt een slechte naam, daardoor scheren buitenstaanders de hele wijk over één kam. Het staat hier bekend als de “konijnenbuurt”: Lees verder Alleen op straat

Patat

patatMijn moeder is een  echte moeder  in hart en nieren. Als ik aan haar denk  krijg ik het warm. Ze doet zichzelf vaak tekort. Heel  lief, maar mijn broers en ik vinden het maar niets. Het geeft ons een schuldgevoel. Ze kan ook heel streng zijn. Als iemand onrecht wordt aangedaan ontploft ze van woede. Verder heeft ze haar angsten , daar kan ze je de stuipen mee op het lijf jagen. Wij kaarten graag. Op een avond zijn we aan het kaarten en zitten lekker te lachen. Daar begint mijn moeder hard te gillen: ‘Op de tafel, snel!’ Lees verder Patat