Naar de grote stad

Als mijn broers of ik geld meekrijgen om gemaakte schulden af te lossen, weten we: ma heeft de kinderbijslag binnen. Nu wordt het spannend: krijgen we kleren of niet? Het meeste geld gaat op aan schulden, maar ik moet deze keer toch weer kleren kopen met ma. Dat wordt dus een wollen maillot, wollen broek, flanellen blouse en basketbalschoenen – de goedkoopste. Altijd kleren op de groei, duurzaam en kriebelend! Ze zijn ook nog ronduit lelijk.

Ga verder

Boterham bakken

Er is veel criminaliteit in de buurt. Dat zie je niet, maar er bestaan wel wilde verhalen over. Alle huizen zijn meer dan honderd jaar oud. Vervallen en tochtig, met kleine ramen. Er wonen meerdere grote gezinnen in met weinig geld en haast geen opleiding. De ruziezoekers in de buurt zijn vaak asociaal en soms alcoholist. Het staat hier bekend als de konijnenbuurt: er worden veel kinderen geboren. Die kinderen zijn altijd op straat, er is genoeg te doen. Ik ben één van die kinderen. Het is eind jaren vijftig en dit is de wijk waar ik woon.

Ga verder

Een jasje van Mevrouw Snijders

Als ik na een paar maanden ‘s middags thuiskom van school, stuurt ma me naar mevrouw Snijders. Die heeft een mooi jasje voor me liggen, zegt ze. Ik krijg een kwartje. De zaak van mevrouw Snijders is helemaal achterin de Mariastraat. Ik kom nooit verder dan Jaap en zijn patatzaak. Als ik voor mijn gevoel wel een halfuur heb gelopen, zie ik aan het einde van de straat een deur openstaan.

ga verder

De Duitser

De waterkant is de ontmoetingsplek van alle jongens uit de buurt. Onder het vissen komt alles aan bod, vooral wat we gaan uithalen. Richard begint over een Duitser. Die man zou met een grote bijl hebben gezwaaid toen hij naar de hut wilde gaan. We maken geintjes en schelden hem uit voor angsthaas.

GA verder

Beer

Opeens is hij er. Zacht, groot, met zwarte ogen. Ik ben nog geen twee en ik heb een beer gekregen van ma. Mijn blauwe ledikant staat beneden naast het bed van mijn ouders. Er is een klein hertje op het voeteneinde geschilderd. ‘s Avonds in bed vertel ik Beer al mijn geheimen. Dat doe ik zo zacht mogelijk; niemand mag het horen. Bij Beer voel ik me oneindig veilig, hij is mijn allerbeste vriend.

GA verder